Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen

Thuispagina - Persmededelingen - Leden - Statuten - Historiek - Logo

 

Taalpeil. De Nederlandse taal: feiten, cijfers en meningen

Hoe trots is de taalgebruiker op zijn of haar taal in Nederland, Vlaanderen en Suriname

Publicatie: 26 januari 2006



De domme dief met een appel in zijn bakkes is 4000 jaar oud


Hoe oud is ons Nederlands eigenlijk? Waar komt onze taal vandaan? Waarom heet een hangmat hangmat en niet anders? De antwoorden op deze vragen zijn sinds kort te vinden in "De Grote Philippa", het nieuwe Etymologisch Woordenboek van het Nederlands waarvan onlangs de eerste twee delen verschenen.
Taalschrift sprak met dr. Marlies Philippa, hoofdredacteur van het Woordenboek. Prompt doet ze een verhaal over minstens vierduizend jaar oude woorden als dom, dief, appel en bakkes. En heeft ze het over jojo's en dildo's. U zei?

Het woord dildo is in het Nederlands 25 jaar oud, het woord jojo ruim 70 jaar en het woord appel duizenden jaren, maar toen was er nog geen Nederlands. Zo staat het in uw boek. Hoe lang bestaat de Nederlandse taal?

Marlies Philippa: "Het huidige grondgebied van Nederland en Vlaanderen wordt al vele duizenden jaren bewoond en die bewoners hadden hun eigen taal of talen. Rond het begin van de jaartelling kwam er vanuit Noord-Duitsland een Germaanse kolonisatie. Toen sprak men hier dus Germaans. Na de volksverhuizingen, dus ongeveer rond het jaar 500 na Christus, zijn uit de Germaanse dialecten aparte talen ontstaan, waaronder het Oudnederlands. Het Nederlands is dus ongeveer 1500 jaar oud."

Hoe verklaart u dan dat er in het Nederlands woorden zitten die nog veel ouder zijn?

Marlies Philippa: "Daarvoor moeten we verder terugkijken in de geschiedenis. Europa is al vele duizenden jaren bewoond. Belangrijk voor de taalontwikkeling in Europa is dat tussen 3000 en 2000 voor Christus grote groepen Indo-europeanen zich vanuit Zuid-Rusland over heel Europa en een deel van Azië gaan verspreiden. Daar zijn harde archeologische bewijzen voor. Hun taal, het Indo-europees (ook Indogermaans genoemd), doordringt dan Europa en delen van Azië. Dat Indo-europees vormt de gemeenschappelijke basis van vrijwel alle latere Europese talen, dus ook het Nederlands. Ik zeg vrijwel, omdat enkele talen in Europa, zoals het Baskisch, het Fins, het Hongaars en het nu uitgestorven Etruskisch, buiten de Indo-europese invloedsfeer bleven. In de loop van enkele eeuwen worden de oorspronkelijke talen van voor de Indo-europese invasie grotendeels, weggedrukt, maar niet helemaal. Die oorspronkelijke, voor-Indo-europese talen noemen we substraattalen. En die substraattalen hebben veel invloed gehad op het Indo-europees. In de meeste moderne Europese talen vind je nog veel voor-Indo-europese substraatwoorden terug. Die zijn dus meer dan vier- of vijfduizend jaar oud. Woorden als appel, haring, dief of bakkes gaan dus al millennia mee."

Net zoals woorden als bijl, drank, hengst en karper. Mij klinken die woorden niet oud in de oren. Waaraan herken je zo'n oeroud substraatwoord?

Marlies Philippa: "Zo'n woord moet, ten eerste, maar in een beperkt verspreidingsgebied voorkomen. Als de stam van een Nederlands woord ook in het Perzisch voorkomt, dan weet je al zeker dat dat geen substraatwoord kan zijn: Perzisch en Nederlands zijn allebei Indo-europese talen, maar ze hebben niet hetzelfde substraat. Verder weten we vrij goed hoe Indo-europese woorden klonken. Als je bekende wetten over klankontwikkeling op een woord loslaat, kan je uitkomen op een woord met een niet-Indo-europese klank of vorm. Dat is een tweede goede aanwijzing. Ten derde kun je naar de betekenis van een woord kijken. Toen de Indo-europeanen in onze streken kwamen wonen, botsten ze op voorwerpen die ze nog nooit gezien hadden en waar ze geen woorden voor hadden. Dan namen ze de substraatwoorden daarvoor over van de inheemse bevolking. Voorbeelden daarvan zijn woorden die met planten te maken hebben (appel, bes, erwt, hazelaar) of met dieren (big, bij, das, haring)."

Namen ze alleen woorden over voor zaken die ze niet kenden of ook andere woorden? Wij nemen toch ook soms Engelse woorden omdat ze goed "bekken"?

Marlies Philippa: "Natuurlijk vermengden de Indo-europeanen zich met de inheemse bevolking. Je ziet dan dat zij vooral korte gemakkelijke substraatwoorden gaan overnemen en dat die oeroude woorden zelfs eigen Indo-europese woorden gaan vervangen. Je moet dan denken aan woorden die te maken hebben met het lichaam (bakkes, buik, darm, hoofd). Of met het huishouden (bezem, bord, drinken, hemd, hoed). Of met scheepsbouw of houtbewerking (boot, boord, bout). Ook andere korte, veel gebruikte woorden belandden in hun woordenschat: dief, dom, god, grijpen, helpen,...

Hebben appel, haring, dief en al die andere oude woorden het Nederlands mee vorm gegeven of zijn ze onopvallend in onze taal blijven hangen?

Marlies Philippa: "Ze hebben ze mee vorm gegeven. Ongeveer vanaf het jaar 1000 voor Christus gaan zich in Europa onder invloed van die substraattalen verschillende Indo-europese taalgroepen ontwikkelen, waaronder het Germaans. Ons Nederlands behoort tot de Germaanse taalgroep, samen met onder meer het Fries, het Engels, het Zweeds, het Duits enzovoorts. Je kunt zeggen dat ons Nederlands voor 15 procent bestaat uit heel oude substraatwoorden, voor 15 procent uit oude erfwoorden (afkomstig uit het Indo-europees) en voor 70 procent uit relatief jonge leenwoorden (uit andere talen, zoals het Latijn, Frans, Duits en Engels)."

Hoor ik u zeggen dat het Nederlands vooral uit vreemde woorden bestaat?

Marlies Philippa: "Strikt genomen is dat zo. Tegen mensen die tekeer gaan tegen de invloed van bijvoorbeeld het Engels op ons modern Nederlands zeg ik altijd dat we ons goed moeten realiseren dat 70 procent van onze taal al uit leenwoorden uit andere talen bestaat. Overigens vind ik ook het percentage substraatwoorden, 15 procent, best hoog. Nog maar enkele jaren geleden werden heel veel woorden uit Germaanse talen, waaronder het Nederlands, beschouwd als Indo-europese erfwoorden. Maar uit kersvers wetenschappelijk onderzoek blijkt dat veel van die woorden substraatwoorden zijn. Dat is nieuw, dat lees je in geen enkel ander etymologisch woordenboek. En dat is vooral de verdienste van onderzoekers van de Universiteit Leiden."

U bent al jaren bezig met etymologie, de studie van de herkomst van woorden. Waarom is dat zo belangrijk?

Marlies Philippa: "Ik moet je even corrigeren. Etymologie is tegenwoordig meer dan alleen het achterhalen van de oorsprong van woorden. We onderscheiden twee vormen van etymologie, namelijk vormetymologie en betekenisetymologie. Bij vormetymologie onderzoekt men hoe de klanken of de letters van een woord zich ontwikkelden. Bij betekenisetymologie kijk je naar de ontwikkeling van de betekenis van een woord."

Een woord dat van vorm verandert? Wat moet ik mij daarbij voorstellen?

Marlies Philippa: "In de loop der tijden zie je dat bepaalde klanken van woorden volgens vaste patronen of klankwetten veranderen. Een voorbeeld daarvan is een (Indo-europees) woord dat er oorspronkelijk ongeveer zo uitzag als het Latijnse woord pater. In onze streken veranderde die p in een v en zo kreeg je vater of vader. Het uiterlijk van dat woord veranderde, maar de betekenis bleef min of meer gelijk. Zo hebben tal van woorden die met Latijnse of Griekse woorden verwant zijn maar er niet noodzakelijkerwijs van afstammen, in onze taal een eigen vorm gekregen. Zelf vind ik betekenisetymologie interessanter dan vormetymologie, al zie je natuurlijk heel vaak dat de vorm én de betekenis van een woord veranderen. Klankwetten zijn heel interessant en kunnen veel verklaren. Maar betekenisveranderingen hebben vaak een cultuurhistorische achtergrond en dat boeit mij meer. Achter een betekenisverandering gaat een hele wereld schuil die je wilt en moet gaan verkennen."

Ik leg het woord bestek op tafel. Kunt u mij uitleggen welk verhaal, welke 'wereld' daarachter zit?

Marlies Philippa: "Dat woord kennen we nu vooral als verzamelnaam voor mes, vork en lepel. Maar het heeft ook een tweede betekenis, namelijk plan of ontwerp. Denk maar aan in kort bestek of bestektekeningen. En geloof het of niet, die twee sterk uiteenlopende betekenissen zijn aan elkaar verwant. Oorspronkelijk had besteken de betekenis afperken, met palen afgrenzen, volsteken (met palen). Bestek betekende toen een afgegrensde ruimte en, nauw daarmee samenhangend een plan of ontwerp van een ruimte. Dat is die tweede betekenis van bestek. Besteken in de betekenis van volsteken ging in Duitsland in de zestiende eeuw ook bij elkaar steken betekenen. Nu moet je weten dat in die tijd mensen hun lepel en mes altijd bij zich droegen. Die bewaarden ze in een omhulsel, een lap, waarin die lepel en dat mes bij elkaar gestoken werden. Dat omhulsel kreeg in het Duits toen de naam bestek. Na verloop van tijd ging in Duitsland de naam van de lap, het bestek, over op de voorwerpen die in de lap zaten. Zo ging bestek dus mes, lepel en vork betekenen. En dat hebben we in het Nederlands overgenomen. In het Frans gebeurde trouwens hetzelfde met de term couvert. Die lap om het eetgerei te bedekken heette daar couvert en ook die naam ging over op een setje van een mes, een vork en een lepel. Mooi toch?"

U hebt nog niet gezegd waarom etymologie zo belangrijk is.

Marlies Philippa: "Tja, de woorden van het Nederlands hebben niet zomaar een willekeurige betekenis. Daar zit een geschiedenis achter. Als je onze taal, die toch een deel van onszelf of onze identiteit is, wilt doorgronden, zul je ook de geschiedenis van de woorden, de bouwstenen van onze taal, moeten kennen. Etymologie geeft inzicht in taal en is nauw verbonden aan onze identiteit en cultuur. Dat vind je, net als geschiedenis, belangrijk of niet. Ik vind het in elk geval bijzonder belangrijk."

Waarom moest er een nieuw etymologisch woordenboek van het Nederlands komen? Van Dale publiceerde er een in 1997 en in 2004 kwam Spectrum nog met een bijgewerkte herdruk van het etymologisch woordenboek van De Vries en De Tollenaere...

Marlies Philippa: "Het EWN is gewoon het beste wetenschappelijk verantwoorde etymologisch woordenboek van het Nederlands. Sterker nog, vooraanstaande etymologen uit landen als Duitsland, Frankrijk, Engeland, Amerika vinden het EWN zelfs het beste etymologisch woordenboek ter wereld. Dat vind ik ook. Het EWN is bovendien zo toegankelijk mogelijk geschreven, zodat ook niet-taalkundigen het kunnen gebruiken."

Het klinkt haast als een reclamespot. Waarom is dit woordenboek dan beter dan de andere?

Marlies Philippa: "Sommige amateur-etymologen slaan wildweg, creatief en zonder enig systeem, een slag naar de geschiedenis en herkomst van woorden. Dat is niet "wetenschappelijk verantwoord". Als wetenschappelijke etymologen werken we zoveel mogelijk met controleerbaar bronnen- of feitenmateriaal. Daarmee kunnen we vaak vrij hard aantonen dat de betekenis- en vormontwikkelingen van woorden zijn terug te vinden en te controleren (de vakterm is "attesteren") in geschreven of gedrukte teksten. Welnu, het Prisma Etymologisch Woordenboek van De Vries en De Tollenaere noemt nauwelijks bronnen. In Van Dale's Etymologisch Woordenboek staan de bronnen niet direct bij de dateringen. Ook vind je er geen verwijzingen naar etymologische vakliteratuur. Die geven wij wel. Als we twijfelen over de herkomst of ontwikkeling van een woord, vermelden we dat trouwens keurig. Dat is gewoon onze wetenschappelijke plicht. Daarnaast staat het EWN veel uitgebreider stil bij een woord. Wij geven per trefwoord (of: lemma) in honderden woorden de oorsprong en de geschiedenis van een woord weer volgens een vast stramien (zie kadertekst 1). Ten slotte is er onze aandacht voor de oude substraatwoorden in het Nederlands. Daar is de afgelopen jaren veel onderzoek naar verricht en de resultaten daarvan vind je alleen in het EWN."

Er is ook een webeditie van het woordenboek. Wat is daarvan de meerwaarde?

Marlies Philippa: "De bureauredactie van het EWN plaatst alle bijdragen van redacteurs in een grote database, die de basis is van het papieren woordenboek. De complete database is doorzoekbaar via www.etymologie.nl. Dat is heel handig wanneer je bijvoorbeeld op zoek bent naar bepaalde typen woorden. Veronderstel dat je geïnteresseerd bent in de substraatwoorden in het Nederlands. Bij elk woord in het EWN staat het aangegeven als het een substraatwoord is. Maar als je al lezend alle substraatwoorden uit het EWN wilt halen, dan ben je natuurlijk wel vele uren bezig. Je kunt die zoektocht naar substraatwoorden ook via de database op de website uitvoeren (zie kadertekst 2). Dan ben je binnen een paar seconden klaar. Via de website kun je in het EWN dus heel eenvoudig antwoorden op je specifieke onderzoeksvragen vinden en dat is een echte meerwaarde. Het gebruik van de database is niet gratis, maar je kunt je er wel een week gratis toegang toe krijgen."

Ten slotte nog dit: wat bezielt een mens om van de herkomst van woorden haar levenswerk te maken?

Marlies Philippa: "Al op de middelbare school was ik met de herkomst van woorden bezig. De lessen Grieks en Latijn vond ik prachtig. Het fascineerde me dat veel van die duizenden jaren oude woorden gewoon in onze Nederlandse taal waren beland. Daar wilde ik meer van weten. Vooral daarom ging ik in 1962 Nederlands studeren, op de Universiteit van Utrecht. De studie viel me wat tegen, maar Schönfelds historische grammatica las ik met rode oortjes. Door Schönfeld leerde ik o.a. dat woord- of klankveranderingen volgens bepaalde patronen ("klankwetten") verlopen. Later ben ik Zweeds en Oudgermaans gaan studeren in Utrecht en Gotenburg. Daar kwam ik etymologisch veel meer aan mijn trekken. Engels, Fries en voor een gedeelte ook Nederlands, Duits en de Scandinavische talen gaan terug op een en dezelfde taalstam, het Noordzeegermaans. Daar ben ik in 1987 op gepromoveerd."

"Eerder, in 1977, kreeg ik de etymologische rubriek van Onze Taal. Die heb ik ruim twintig jaar voor mijn rekening genomen. Ik kreeg er leuke reacties op. De meeste mensen vinden etymologie nu eenmaal heel interessant. Als mensen horen dat je Nederlands hebt gestudeerd, willen ze meestal meteen weten hoe je een bepaald woord spelt of waar een bepaald woord vandaan komt. Tja, etymologie is ook erg boeiend. De geschiedenis van woorden als bouwen, commode, dildo, jojo (zie kaderteksten 3 t/m 6) is toch echt om van te smullen?"

Ben Salemans

Taalschrift - 26/01/06

Het "Etymologisch woordenboek van het Nederlands", onder hoofdredactie van dr. Marlies Philippa (zie kadertekst 7), is een uitgave van Amsterdam University Press (AUP). Deel 1 (over de woorden van A t/m E) verscheen in 2003, deel 2 (over de woorden F tot Ka) in november 2005. Het derde deel is gepland voor 2007, het vierde en laatste deel voor 2009.






Hoe trots is de taalgebruiker op zijn of haar taal in Nederland, Vlaanderen en Suriname


De Taalunie presenteerde op 9 september 2005 de eerste uitgave van Taalpeil. De Nederlandse taal: feiten, cijfers en meningen. In deze krant publiceert de Taalunie de resultaten van een onderzoek naar de Nederlandse taal. Een steekproef uit het brede publiek in Nederland, Vlaanderen en Suriname is ondervraagd over uiteenlopende aspecten van het Nederlands.

Hoe trots is de taalgebruiker bijvoorbeeld op zijn of haar taal? Wat vinden Nederlanders van het taalgebruik van Vlamingen en wat vinden Surinamers van het taalgebruik van Nederlanders. Wat vindt de taalgebruiker van de invloed van het Engels op het Nederlands? Of wat vindt men van het onderwijs Nederlands in eigen land? En zijn de taalgebruikers eigenlijk bezorgd over de invloed van sms'en op het taalgebruik van de jeugd?

Op 9 september bestaat de Taalunie 25 jaar. Haar verjaardag grijpt de Taalunie aan om de informatie uit het onderzoek, samen met andere feiten en wetenswaardigheden over het Nederlands, via Taalpeil te presenteren aan een groot publiek in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Belangstellenden kunnen op verschillende manieren inzage krijgen in Taalpeil.

De krant was op 9 september gratis verkrijgbaar bij de dagbladen Trouw en De Morgen.
In Suriname wordt Taalpeil op 9 of 10 september als bijlage bij de De Ware Tijd gevoegd. Sinds 9 september is de krant ook digitaal in te zien op het Taalunieversum. En vanaf omstreeks 13 september ligt de gratis krant bij de grotere Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse bibliotheken.

Taalpeil is on line te zien op Taaluniversum.

Taalunie - Oktober 2005