Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen

Thuispagina - Persmededelingen - Leden - Statuten - Historiek - Logo

 

Als er één stad is waar Willem I een standbeeld moet krijgen, dan is dat Gent

Spreken met Alexander Evrard

Publicatie: 4 augustus 2011

PFS

't Pallieterke - 18 mei 2011


Prof. dr. em. Alexander Evrard is 87, maar heeft aan levendigheid, en kennis niets ingeboet. Hij is een vat vol verhalen over de geschiedenis van Vlaanderen, zijn stad Gent en ook de geschiedenis van de geneeskunde en de psychiatrie. Op dit moment is hij de grote promotor van een standbeeld van koning Willem I in Gent.

't Pallieterke: Dr. Alexander Evrard, u studeerde in 1950 af aan de Gentse universiteit, zo kort na de oorlog, terwijl uw familie toch te leiden had onder de repressie?

Alexander Evrard: Ik studeerde pas af in 1950, want ik heb een paar jaar verloren. De eerste keer werd ik geschorst in '44 omdat ik Duitse taallessen had gevolgd. Dat heette culturele collaboratie. In '45 hebben ze mij opgesloten in de Nieuwe Wandeling wegens 'naoorlogse feiten'. We hadden met studenten en een paar paters dominicanen een steunfonds opgericht voor gebroodroofde families. Gezinnen waarvan de kostwinner gefusilleerd of ondergedoken of gevlucht was naar Spanje of Argentinië. Het was een sociaal werk, maar werd door de Belgische staat gezien als 'hulp aan incivieken' en dus als een staatsgevaarlijke activiteit.

't Pallieterke: Uw vader, prof. Vincent Evrard, is oorlogsburgemeester van Gentbrugge geweest. Hij moet één van de enige oorlogsburgemeesters zijn wiens portret in het voormalige gemeentehuis (van Gentbrugge, fusiegemeente van Gent-PFS) hangt.

Alexander Evrard: Vader is bevorderd van gemeenteraadslid tot burgemeester door gouverneur De Vos van Oost-Vlaanderen. De socialistische burgemeester van Gentbrugge was gevlucht naar Zuid-Frankrijk. Hij is dus door de Belgische overheden gevraagd om burgemeester te worden. Hij is slechts tot '42 burgemeester geweest, toen is 'groot Gent' ingericht onder burgemeester Elias. En zo was mijn vader ervan af. Was hij burgemeester gebleven dan had hij eventueel het lot kunnen ondergaan van Leo Vindevogel. De Duitsers eisten in alle gemeenten de lijsten op van de werklozen. Later werd dat aanzien als verklikking. Na de oorlog werd mijn vader opgesloten in het hechteniskamp van Lokeren. Na verloop van tijd kwam het krijgsgerecht tot de conclusie dat er in zijn dossier niets strafbaars zat en ze lieten hem gaan. Maar ondertussen was hij wel zijn plaats kwijt aan de universiteit. Hij was professor in de farmacie. Hij kon toen aan de slag in het labo van de apothekerscoöperatieve van Flandria. Want ondertussen zat mijn moeder thuis met 11 minderjarige kinderen.

't Pallieterke: Uw vader is nooit mogen terugkeren naar de universiteit?

Alexander Evrard: Neen, evenmin als Frans Daels, Leon Elaut, Leopold van Houtegem, Reimond Speleers, Roger Soenen, Rafaël Debrabandere en Adriaan Martens. Er waren voor de oorlog al twee kampen in de faculteit geneeskunde: rechts tegen links, de kerkelijken tegenover de loge, de flaminganten tegenover de Gand Français en tijdens de oorlog ook wit of zwart. Na de oorlog kwam de gedroomde mogelijkheid om af te rekenen.

't Pallieterke: Maar toch hebt u aan die faculteit gestudeerd?

Alexander Evrard: Ja, maar ik ben pas prof kunnen worden in Gent na een tweede doctoraat in Leiden. Ik heb me gespecialiseerd in psychiatrie, zenuwarts.

't Pallieterke: Later bent u zich gaan specialiseren in de geschiedenis van de psychiatrie.

Alexander Evrard: In '54 heb ik een 'geschiedenis der psychiatrie' geschreven, uitgegeven bij de Wereldbibliotheek in Amsterdam. Naast interesse in geneeskunde, had ik misschien nog meer interesse in geschiedenis. Want geschiedenis is een onuitputtelijke bron. Ik denk dat ik dat van Leon Elaut heb overgeërfd. Toen hij afgezet was, heeft hij zich op de geschiedenis van de geneeskunde geworpen. Hij is er een autoriteit in geworden.

't Pallieterke: U heeft mee aan de wieg gestaan van het museum Dokter Guislain (Gents museum van de psychiatrie en de geestesziekenzorg - PFS)

Alexander Evrard: Ja, samen met broeder René Stockman. Ik had drie kinderen, maar in 1979 is mijn enige zoon verongelukt in het verkeer. Hij had een grote verzameling en toen hij stierf heb ik alles wat mijn zoon verzameld had, die was klinisch psycholoog, en alles wat ik had over psychiatrie geschonken aan het nieuwe museum. Zo is dat museum kunnen beginnen.

't Pallieterke: U bent altijd geëngageerd geweest in de brede Vlaamse beweging: het Vlaams Kruis en de VTB...

Alexander Evrard: Onder José Daels was ik ondervoorzitter van het Vlaams Kruis en Jozef van Overstraeten trok me in het hoofdbestuur van de VTB. Van Overstraeten riep me ooit naar zijn huis op de Parklaan in Aalst. Hij vond dat ik zijn opvolger moest worden. Van Overstraeten maakte zich zorgen over de toekomst van zijn bonden VTB en VAB. Maar ik had 20 lesuren aan 4 verschillende faculteiten, ik kon niet alle dagen naar Antwerpen gaan. Toen van Overstraeten weggevallen is, hebben ze me in de VTB buiten gedrumd. Ik niet alleen, alle zogenaamde dwarsliggers, die te extreem waren. Onder van Overstaeten was de VTB de grootste culturele vereniging van Vlaanderen. Daarna is het triest geworden. Hij heeft zich meer dan eens in zijn graf omgedraaid, denk ik.

't Pallieterke: U bent verantwoordelijk voor talloze gedenkplaten overal in den land.

Alexander Evrard: Talloze is overdreven. Maar het is een hobby. Kijk, neem nu Hall in Tirol, een kleine maar historische stad. Aan ieder oud of historisch gebouw hangt een bronzen opschrift. Ook in Colmar zag ik dat. Dat opschrift herinnert aan wat daar vroeger geweest is. Hier in Gent hebben ze daar blijkbaar geen behoefte aan. Hoogstens hangt er een doorschijnend plastieksken met nauwelijks leesbare witte letterkes op. Dat is toch echt belachelijk. Neem nu Het Pand in Gent, dat verdient toch een bronzen plaat. Dat was ook wat de VTB vroeger deed. De VTB was een vzw en winst die gemaakt werd moest volgens van Overstraeten geherinvesteerd worden in cultuur: beelden, gedenkplaten, wandelpaden, rustbanken overal in het Vlaamse land. Ik probeer dat verder te zetten.

't Pallieterke: Ik weet zo'n plaat hangen die er is gekomen op uw aandringen, in Merelbeke.

Alexander Evrard: Dat is het begin geweest in 1952. Voor Sneyssens, een gekend gedicht van Albrecht Rodenbach, maar in Gent is daar niets over. In '53 was er de 500ste verjaardag van de verschrikkelijke Gentse nederlaag in Gavere, tegen Filips van Bourgondië. Het gehele Gentse schepencollege is daar gesneuveld. De volledige Gentse militie sneuvelde: 20.000 man. Er was geen familie in Gent die niet getroffen was. Ik vond dat er iets in Gent of in Gavere daaraan mocht herinneren. Ik ging toen bij de burgemeester van Gent, Laurent Merchiers, een liberaal, die zei: "Ja, we kennen dat. Het begint met een historische herdenking en eindigt op een politieke manifestatie". De oorlog was misschien nog niet lang genoeg voorbij. Beeld u in, een herdenking van een slag in 1453. Het Gentse monument in Gavere kwam er zonder één Gentse centiem. We hebben het geld zelf samengeschooid, en er veel zelf in gestoken. En toen het standbeeld van Frans Tinel in Gavere werd onthuld, wie zat er op de eerste rij? Schepen vander Steegen van het Gentse stadsbestuur.

't Pallieterke: En nu wil u een standbeeld voor Willen I...

Alexander Evrard: Op de scholen heeft men ons verkeerd ingelicht. Ze leren er de Belgische geschiedenis geschreven door historici zoals Henry Pirenne die in Belgische staatsopdracht schreven. Die hebben beweerd dat er une âme Belge bestond en une nation Belge. De geschiedenis van 1830 is georganiseerd en betaald uit Frankrijk. Men heeft de werklozen op het Vossenplein en omgeving op Franse kosten laten drinken, om daarna de wapenwinkels en de ijzerwinkels te bestormen en de orangisten plunderen. Wie waren de initiatiefnemers? Fransen. Charles Rogier, Alexander Gendebien, dat waren Fransen.

't Pallieterke: Maar volgens u heeft Willem I veel goed gedaan voor ons land.

Alexander Evrard: Historici als Johan Decavele, Herman Balthazar, Sas van Rouveroij, mensen die hun geschiedenis kennen, die zeggen allemaal: er is in de geschiedenis nooit een vorst is geweest die op zo'n korte tijd, amper 15 jaar, van de slag bij Waterloo tot de Brusselse straatmuiterijen, zoveel voor het zuiden heeft gedaan als koning Willem I. En vooral voor Gent. Willem was actief op drie gebieden. Het onderwijs: de universiteit, het atheneum, een netwerk van lagere scholen. Op gebied van tewerkstelling: de textielindustrie, de eerste ateliers van metaalbewerking. En zijn havenpolitiek: die oude droom van Gent om zeehaven te kunnen worden. De Gentenaars hadden met kruiwagens en schoppen de Lievevaart gegraven en de Sassevaart en plots kregen ze het kanaal naar Terneuzen. De uitweg naar de zee.

't Pallieterke: Hoever staat uw project concreet?

Alexander Evrard: Ik schreef verschillende brieven naar het stadsbestuur, maar ze antwoorden niet. Ze zijn er tegen, maar durven dat niet zwart op wit zeggen. Ze weten niet hoe het zal uitdraaien en ze kijken de kat uit de boom. Men heeft mij gezegd dat ik een petitie moet beginnen en minstens 1500 handtekeningen verzamelen. Dan moeten ze me horen.

't Pallieterke: En krijgt u steun uit andere hoeken?

Alexander Evrard: Wel, ik heb gezegd dat ikzelf de eerste € 1500 zou geven om het beeld te realiseren, om te beginnen. En het Vlaams Geneesheren Verbond heeft gezegd dat ze dat willen verdubbelen. En er zijn andere culturele verenigingen die over de brug willen komen. Financieel komen we er wel. Zoals Gent de Spaanse stad Toledo een afgietsel geschonken heeft van het standbeeld van Keizer Karel, kunnen wij in Gent een afgietsel van een bestaand beeld van Willem I zetten. In Den Haag alleen zijn er drie beelden van Willem I. Er is plaats genoeg, want in vergelijking met andere steden heeft Gent weinig standbeelden. In het Baudelopark staat er niets. Hoe groot is het Citadelpark? Daar hebben ze Boudewijn gezet. Ik zie de band tussen Gent en Boudewijn niet, maar goed. In het Zuidpark staat het ruiterstandbeeld van Albert I, maar ook daar is nog veel plaats. Ik had gedacht aan een goede plaats, waar vroeger de "écolle des hautes etudes" was aan de Korenlei, daar was toen een driehoekig parkje. Daar is plaats, aan de oude haven. Dat zou magnifiek zijn.

't Pallieterke: Hebt u al contact gehad met de politieke partijen?

Alexander Evrard: Ik heb ze alle 7 een documentatiemap bezorgd. Ik heb alleen een mondeling reactie van het Vlaams Belang gekregen. Die vinden het goed en willen meewerken. Maar ze zeggen: "Wij mogen het initiatief niet nemen of het wordt zeker afgeketst."

't Pallieterke: Zal het standbeeld er komen, denkt u?

Alexander Evrard: Ik heb altijd gezegd: dat standbeeld is het laatste dat ik wil verwezenlijken. Ik weet niet of ik er nog zal zijn in 2015. Maar het zou mooi zijn, Gent was de lievelingsstad van Willem I. Zonder hem geen universiteit. Als Willem I in Gent kwam, werd hij bejubeld. Als Leopold I in Gent kwam, deed men de luiken dicht.
Zal het lukken? De petitie loopt goed. Wat we eigenlijk nodig hebben, is de principiële goedkeuring van de stad. Ik reken erop dat er nog gemeenteraadsverkiezingen komen. Nu zijn de socialisten al lang aan de macht. Maar zoals het bij de laatste verkiezingen was... Als de N-VA hier de grootste partij wordt, kan het in Gent misschien veranderen. Wie weet helpt een nieuw stadsbestuur wel mee aan een standbeeld voor Willem I.