|
Overlegcentrum van Vlaamse VerenigingenThuispagina - Persmededelingen - Leden - Statuten - Historiek - Logo |
11-juli toespraak door Jan Degadt - Hoogleraar HUB - Voorzitter Vlaams Komitee voor BrusselAlveringem - 10 juli 2009Publicatie: 11 juli 2009Dames en heren, beste Vlaamse vrienden, In de eerste plaats wil ik het bestuur danken voor de vriendelijke uitnodiging om hier vanavond te komen spreken. Wij vieren de Vlaamse feestdag, en dan kom ik spreken over Brussel. Brussel is niet altijd een "feestelijk" onderwerp want Vlaanderen en Brussel vormen een moeilijke combinatie. Toch is het noodzakelijk om er over te spreken want Vlaanderen is belangrijk voor Brussel en Brussel is belangrijk voor Vlaanderen. De verhouding lag ook vroeger al moeilijk, zoals blijkt uit historische bronnen. Denk aan de Guldensporenslag. Godevaart van Brabant, pretendent van het gelijknamige hertogdom, stond aan de verkeerde kant. Hij stond naast Robert d'Artois, de Franse bevelhebber. Gelukkig voor ons kregen we wel steun uit Wallonië, in het bijzonder Namen dat vandaag de hoofdstad van Wallonië is. En wie het Suske-en-Wiske verhaal De Schat van Beersel gelezen heeft weet dat het toen ook moeilijk ging tussen de Brusselaars en de graaf van Vlaanderen. Hoe dan ook, vandaag is Brussel een speciaal geval. Maar toch: het Vlaams Parlement heeft Brussel uitgeroepen tot hoofdstad van Vlaanderen. Brussel is dus zeer belangrijk voor Vlaanderen, ook al is er niet steeds wederzijdse liefde. Vandaag hou ik het bij enkele zeer speciale problematieken in de relatie tussen Vlaanderen en zijn hoofdstad. De taalstrijd.De taalstrijd heeft een belangrijke rol gespeeld in de Vlaamse Beweging. Vandaag denken talrijke Vlamingen dat de taalstrijd verleden tijd is. Niets is minder waar. De taalstrijd is nog steeds actualiteit in Brussel. Brussel is volledig tweetalig maar voor veel Vlamingen komt het over als een verfransingsmachine. Roch zijn het Nederlands en het Frans volledig gelijkberechtigd. Brussel is ook het enige tweetalige gebied in België. Vlaanderen, Wallonië en Duitstalig Oost-België zijn volledig eentalig. Taalfaciliteiten zijn rechten van individuele burgers maar doen geen afbreuk aan de eentaligheid. In Brussel zijn er twee officiële talen. In de ogen van vele Franstaligen klopt dat niet helemaal. Voor hen is Brussel een multiculturele Franstalige stad met vele minderheidstalen waaronder het Nederlands.Zij hebben ongelijk. Vlamingen die in deze redenering stappen hebben ook ongelijk. De positie van het Nederlands in Brussel vergelijk je best met de positie van het Frans in België: de taal van de numeriek kleinere groep maar volledig gelijkberechtigd. Juridisch zijn het Nederland en het Frans volledig gelijkberechtigd maar het juridische gelijk moet soms worden afgedwongen. Wij moeten op onze rechten staan. Het Vlaams Komitee voor Brussel doet hier meer dan een duit in het zakje. Onlangs hebben wij nog gelijk gekregen van de Raad van State in een procedure rond het taalgebruik in de openbare ziekenhuizen. Gewest en GemeenschapDe taalgrenzen zijn de grenzen geworden van gewesten en gemeenschappen. De culturele autonomie is van 1970 (het einde van 'la Belgique de papa' van vader Eyskens). De ietwat ouderen onder ons herinneren zich natuurlijk ook wel het fameuze artikel 107 quater van de Grondwet. Naast Gemeenschappen moesten er ook Gewesten komen. Brussel is Derde Gewest sinds 1989, zij het met een aantal beperkingen zoals de 19 gemeenten, de tweetaligheid, de eentalige lijsten, de verplichte aanwezigheid van Vlaamse mandatarissen in de Gewestregering. Brussel is echter geen Gemeenschap, tot spijt van wie het benijdt. De twee grote Gemeenschappen, de Vlaamse en de Franse, kunnen in Brussel hun bevoegdheden uitoefenen, in het bijzonder voor onderwijs, cultuur, en 'persoonsgebonden materies'. Bovendien zijn er binnen Brussel-19 ook Gemeenschapscommissies met eigen bevoegdheden, in het bijzonder de VGC en de COCOF. GeografieWie een landkaart bekijkt ziet het onmiddellijk. Brussel-19 vormt een soort eiland, een enclave in de provincie Vlaams-Brabant. Dat is een geweldige frustratie voor de Franstaligen, al heel lang (denk aan het oude 'non au carcan'). Waar er in het algemeen weinig territoriale geschillen zijn tussen Vlaanderen en Wallonië (ook al was er in 1962 heel wat animositeit rond de ruil tussen Komen-Moeskroen en Voeren) blijven de Franstaligen in Brussel aandringen op het aanhechten van Vlaams-Brabantse gemeenten, in het bijzonder gemeenten met taalfaciliteiten met al dan niet benoemde burgemeesters. Natuurlijk spelen partijpolitieke overwegingen (heel wat van die Franstaligen zijn FDF-kiezers) een rol maar het gaat voor de Franstalige politieke klasse vooral om een geografische verbinding tussen Brussel en Wallonië. In de limiet zijn ze bereid om genoegen te nemen met een "corridor", een steenweg door Sint-Genesius-Rode. In werkelijkheid gaat het over het bepalen van de deelstaatgrenzen in het toekomstige confederale België. Daar zijn overigens al heel wat Franstalige studies verschenen. Hier ligt ook de verklaring voor het koppige Franstalige verzet tegen de splitsing van B-H-V. De geografie heeft ook andere gevolgen, ik denk aan de verkeersproblematiek (wegen, spoorwegen, Gewestelijk Expressnet, luchthaven,...) of de Ruimtelijke Ordening (Olievlek, Gordel van Smaragd, Vlaamse Ruit). Er zijn heel wat uitdagingen. Ik moet er hier wel aan toevoegen dat het hier gaat om beleidsdomeinen waar Vlaanderen al heel wat autonomie heeft verworven. De problemen die zich hier voordoen moeten we niet verwijten aan de Franstaligen. We doen niet altijd beter wat we zelf doen. Economie en tewerkstellingBrussel is een gigantische werkgelegenheidsmachine. Brussel heeft ongeveer 10 % van de Belgische bevolking en ongeveer 20 % van de werkgelegenheid en Bruto Binnenlands Product. Dagelijks gaan meer dan 200.000 Vlamingen en meer dan 100.000 Walen werken in Brussel. Brussel zorgt voor jobs voor ongeveer 10 % van de buiten Brussel wonende Vlamingen en evenveel voor de buiten Brussel wonende Walen. Dat is op zich al een reden om Brussel zeker niet los te laten. Het VOKA spreekt nadrukkelijk over de "belangengemeenschap" Brussel-Vlaanderen. Dat is goed nieuws maar er is ook een probleem. De werkloosheid bij de Brusselse bevolking zelf is in verhouding groter dan in Henegouwen en dat terwijl Brussel overwegend een diensteneconomie is en relatief weinig industrie heeft. Het probleem is natuurlijk wat men de "mismatch" noemt op de arbeidsmarkt. Er zijn in Brussel honderdduizenden jobs voor hooggeschoolden en er zijn tienduizenden werklozen, meestal ongeschoolden. Hier moet hard aan gewerkt worden en Vlaanderen zal moeten meewerken. Er gebeuren trouwens heel wat inspanningen. Vlaanderen kan niet zeggen dat het er niets mee te maken heeft, ook al spreken de meeste werklozen Frans. Als er brokken komen deel je immers in de brokken. Vergelijk met de positie van bijvoorbeeld Wervik of Menen tegenover wat in Noord-Frankrijk gebeurt. DemografieEr is een grote demografische verschuiving gebeurd. Heel wat Brusselaars, Vlamingen en Franstaligen, zijn uitgeweken naar de Rand. De houding van de Franstalige Brusselaars is trouwens een van de problemen van B-H-V. De Franstalige partijen willen hun cliënteel niet verliezen, ook al verhuizen hun kiezers naar Vlaams-Brabant. In Brussel zelf is er een massieve inwijking gebeurd. Brussel heeft vandaag de jongste bevolking in België. Twintig jaar geleden hebben heel wat scholen, in het bijzonder ook Vlaamse, de deuren moeten sluiten. Vandaag is er een capaciteitsprobleem. Heel wat migranten spreken Frans maar sturen hun kinderen naar Vlaamse scholen. Zoals alle ouders willen zij het beste voor hun kinderen en zij weten dat de kwaliteit beter is in de Vlaamse scholen. Bijvoorbeeld het onderwijs Frans is in een Vlaamse school veel beter dan het onderwijs Nederlands in een Franse school. Ook migranten weten dat tweetaligheid levensbelangrijk is om een goede job te vinden. Het is een enorme uitdaging voor Vlaanderen om blijvend te investeren in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. De gewijzigde demografie heeft uiteraard ook politieke gevolgen. De belangrijkste regionale regeringspartij is de Franstalige PS. Meer dan de helft van de parlementsfractie bestaat uit "nieuwe Belgen". De demografie zal ook in de toekomst blijven verschuiven. Het Federaal Planbureau verwacht voor de volgende vijftig jaar een bevolkingsgroei met meer dan 300.000 in Brussel. Die mensen komen overwegend uit het buitenland want men verwacht een negatief saldo tussen Brussel en de Rand. Anders uitgedrukt: heel wat buitenlanders vestigen zich eerst in Brussel en gaan na een of twee generaties naar de Vlaamse of Waalse Rand. Dat was in het verleden ook zo. De meeste Franstalige Brusselaars die in de Rand komen wonen zijn nakomelingen van verfranste Vlamingen. In Vilvoorde zijn er twee soorten Spanjaarden: Nederlandskundige Spanjaarden die uit Spanje komen en verfranste Spanjaarden die uit Brussel komen. Vlaanderen heeft er alle belang bij om die honderdduizenden nieuwe inwijkelingen niet door de verfransingsmachine te laten gaan. Hoofdstedelijke functiesBrussel is per grondwet, wet en decreet de hoofdstad van België, Vlaanderen en de Franse Gemeenschap (niet van Wallonië, dat is Namen). Het is ook vestigingsplaats van Europese en internationale instellingen. Het gebruikt wel de titel "hoofdstad van Europa" maar eigenlijk is er in geen enkel Europees verdrag sprake van een Europese hoofdstad. Tussen haakjes, vijftig jaar geleden zijn de Europese instellingen naar Brussel gekomen tegen het advies van de Belgische regering in. België had de kandidatuur van Luik naar voor geschoven. Die hoofdstedelijke opdrachten brengen lasten en lusten. Brussel beschikt over een uitstekende infrastructuur (verkeer, cultuur, telecommunicatie, onderwijs, gezondheidszorg) maar de grondprijzen zijn ook duur, er is ook congestie, criminaliteit,... Brussel vraagt en krijgt ook federaal geld voor die hoofdstedelijke functies. Het gaat om z.g. Belirisprojecten. Beliris was oorspronkelijk bedoeld om de Europese aanwezigheid financieel te ondersteunen met federaal geld (overigens terecht, want de Europese aanwezigheid brengt ook op). Dit federale geld wordt vandaag meer en meer gebruikt om de leefbaarheid van de stad te ondersteunen, bijvoorbeeld de restauratie van het Atomium. Federaal geld is overwegend Vlaams geld. Het wordt in Brussel uitgedeeld door een zekere Laurette Onkelinkx. Wat zegt de Franstalige kiezer? Dank u Vlaanderen? Nee: dank u PS. In de Vlaamse Beweging ligt de zaak Brussel zeer gevoelig. Ik was op 15 november nog in een geanimeerd debat van de Vlaamse Volksbeweging en ik zit ook al een aantal maanden in een OVV-werkgroep over Brussel. Men is er duidelijk nog niet mee klaar, maar ik kan u toch al zeggen dat eensgezindheid groeit over een aantal zaken zoals het handhaven van de stricte tweetaligheid en van de taalgrenzen. Men aanvaardt de plaatselijke autonomie maar Brussel wordt niet beschouwd als een gelijkberechtigde partner van Vlaanderen en Wallonië. De hoofdstedelijke functie mag geld kosten maar dan moet men wel verantwoording afleggen aan het Vlaamse Parlement. Brussel mag geld vragen maar de z.g. herfinanciering van Brussel past in het pakket van de staatshervorming en kan niet voorafgenomen worden. Samengevat: wat zijn de uitdagingen?
Op korte termijn, voor de onderhandelaars over staatshervormingen:Wij moeten constructief meewerken, wij willen investeren in Brussel, maar: Dank u voor uw aandacht!
|
Overlegcentrum van Vlaamse verenigingenThuispagina - Persmededelingen - Leden - Statuten - Historiek - Logo |