Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen

Thuispagina - Persmededelingen - Leden - Statuten - Historiek - Logo

 

11 juli-toespraak door Johan Van den Driessche - Voorzitter VTB-kultuur

Kortenberg - 11 juli 2009

Publicatie: 11 juli 2009


Dames en heren,

Volk of natie is geen doel maar een middel om een samenleving op te bouwen waarin welvaart en welzijn voor zoveel mogelijk mensen duurzaam wordt verankerd; een samenleving die geborgenheid geeft aan haar inwoners maar ook met een gemeenschapsvormend karakter. Aan zulke samenleving wil vtbKultuur - de nieuwe naam voor de vzw van VTB-VAB - mee helpen bouwen. Ik ben fier om voorzitter te zijn van die vereniging, met meer dan 180 afdelingen, meer dan 4000 activiteiten per jaar maar vooral meer dan 1000 vrijwilligers die hun energie en tijd ten dienste te stellen van Vlaanderen.
Anderzijds ben ik vereerd naar aanleiding van het Feest van de Vlaamse Gemeenschap hier de gelegenheidstoespraak te mogen houden.

Sommigen stellen dat, voor motieven die kunnen verschillen al naargelang wie ze verkondigt, wij geen energie in Brussel meer moeten stoppen. Het land valt toch uiteen en Brussel heeft in een zelfstandig Vlaanderen toch niets te zoeken of Brussel is financieel een bodemloze put, een probleemstad die bovendien slecht wordt bestuurd, is politiek en institutioneel toch al verloren (en dit geldt ook op cultureel en taalkundig vlak omdat de stad volledig is verfranst), de Nederlandstaligen die er nog wonen, stellen zich t.a.v. Vlaanderen meer en meer zelfstandig op en het Nederlands zal er na verloop van tijd verdwijnen. Bovendien is Brussel een beletsel voor de Vlaamse Onafhankelijkheid indien Vlaanderen op Brussel haar aanspraken zou willen laten gelden.

Ik ben het volstrekt oneens met deze stellingen en argumentatie.

Ik zal het daarbij hebben over Brussel en zal eindigen met een voorstel van politieke strategie voor de huidige coalitie onderhandelingen maar eerst wil inzoomen op het belang van Brussel voor Vlaanderen. Maar niet zozeer het cultureel, politiek, sentimenteel of geschiedkundig belang maar wel het economisch belang. Daarover bestaat in Vlaanderen onvoldoende kennis waardoor Vlaanderen dreigt verkeerde conclusies te trekken..Natuurlijk kan Vlaanderen zonder Brussel. Maar met Brussel is het sterker, ook nadat men alle nadelen van Brussel in rekening brengt.

1. Brussel is een economische troefkaart maar benut onvoldoende de geboden kansen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de rand rond Brussel (waarop ik straks verder in ga) oefenen een grote aantrekkingskracht uit op het buitenland, vooral op buitenlandse investeerders en dienstverleners. Dit vertaalt zich in volgende rankings voor Brussel:

  • 4de Europese zakenstad, na London, Parijs, Frankfurt
    (European Cities Monitor, Cushman & Wakefield, 2008)
  • 9de stad van de toekomst (Antwerpen 48ste) (FDI, 2008)
  • 15de zakenstad van de wereld (Antwerpen 96ste) (Derudder B., Taylor PJ, 2003)
  • Meest competitieve regio van de EU (University of Sheffield en Washington University)

Brussel telt 1800 buitenlandse ondernemingen met samen 230.000 jobs. Het zakentoerisme is goed voor 4 miljard euro omzet en 20.000 jobs. De EU genereert 55.000 jobs en 11 % van het Brussels bruto binnenlands product. Het Europees parlement is het grootste gebouw van Europa met jaarlijks 300.000 bezoekers. Onze hoofdstad is na Washington het belangrijkste lobbycentrum ter wereld met 15.000 lobbyisten (De Tijd, 28 oktober 2008).

Tot de sterke en aantrekkelijke punten van Brussel behoren onder meer, zonder dat die noodzakelijkerwijze de verdienste van Brussel zijn:

  • de naambekendheid (Brussel is internationaal een zeer gekend merk)
  • de aanwezigheid van internationale instellingen
    (EU-instellingen, NAVO, ambassades, Kamers van Koophandel,...) en haar officieuze rol als hoofdstad van Europa
  • de internationale bereikbaarheid (luchthaven, HST, telecommunicatie,...)
  • faciliteiten voor buitenlandse werknemers (internationale scholen, meer dan 50 internationale clubs, culturele centra, weekbladen, taalcursussen,...)
  • de lage kost van het onroerend goed
  • uitstekende werknemers (productiviteit, talenkennis, scholingsgraad,...)
  • de aanwezigheid van universiteiten
  • de aanwezigheid van hightechbedrijven
  • fiscale voordelen voor buitenlandse werknemers en bedrijven
  • talenkennis
  • een multiculturele omgeving wat o.a. de toegang tot verschillende markten vergemakkelijkt
  • de levenskwaliteit (onderwijs, gezondheid, gastronomie, omgeving, veiligheid,...)

Brussel kent echter ook een aantal storende zwaktes, waaronder:

  • onvoldoende industrieterreinen
  • de complexe en slecht presterende staatsstructuur
  • het ontbreken van één aanspreekpunt voor investeerders
  • een onzekere en onstabiele fiscale omgeving
  • een te hoge loonkost
  • onvoldoende openbaar vervoer
  • nauwelijks officiële Engelstalige communicatie
  • de complexe stedelijke organisatie
  • weinig echte beslissingscentra van multinationale ondernemingen
  • onvoldoende betrokkenheid van de aanwezige internationale gemeenschap
  • de lage contractuele flexibiliteit van werknemers
  • een sociale kloof (opleiding, inkomen,...)
  • geen blits imago
  • de onstabiele kwaliteit van het onroerend goed
  • onvoldoende congresinfrastructuur
  • Brussel wordt internationaal onvoldoende verkocht als bestemming

Toch biedt Brussel voor de toekomst een hele reeks opportuniteiten, waaronder:

  • de centrale Europese ligging, vooral dan op het vlak van toegang tot kapitaalkrachtige consumenten
  • het toenemend belang van de internationale dimensie (de wereld wordt steeds "vlakker"), waardoor steden met een sterke internationale dimensie nog meer aan belang zullen winnen
  • de uitbreiding van de EU
  • de groeiende aanwezigheid van Europese beleidsmakers
  • nieuwe fiscale maatregelen (rulings, notionele intrestaftrek)
  • groot creatief potentieel (door de combinatie van talent, technologie en tolerantie)
  • er zijn nog ruimtes zonder bestemming en met grote potentie
  • een groot, niet aangeboord potentieel op het vlak van arbeidskrachten, architectuur, cultuur en (universitair) onderwijs
  • het maakt deel uit van de "Vlaamse Ruit" (waarop ik straks verder in ga) en de "Europese Banaan" (die loopt van London over Brussel – Parijs – Holland en dan Frankfurt, zuid-Duitsland en Zwitserland naar Milaan).

Maar dit neemt niet weg dat er voor Brussel ook een reeks bedreigingen zijn:

  • markt- en productieverplaatsing naar Centraal- en Oost-Europa en naar het Verre Oosten
  • een toenemend aantal concurrerende steden (Breda, Barcelona, Madrid, Praag, Warschau, Boedapest, Moskou,...). Het zullen bovendien slechts die steden zijn die de beste levenskwaliteit blijven bieden (veiligheid, mobiliteit, milieu en klimaatsverandering, vernieuwing, e.d.), die in staat zullen zijn om de beste krachten aan te trekken
  • het op zich terugplooien van het Brussels en het Vlaams gewest; het statuut van "derde gewest" werkt bovendien tegen Brussel
  • te grote aandacht voor de "woonfunctie" ten nadele van haar economische ontwikkeling (het Nimby-syndroom), de luchthavenproblematiek is daarvan een typisch voorbeeld
  • het uitblijven van een grondige hertekening van dit land
  • een mobiliteitsinfarct
  • een decentralisatie van de Europese instellingen

Uit een internationale vergelijkende studie, verricht in 2008 door het Zwitserse studiebureau BAK Basel Economics, blijkt dat Brussel en het omliggende Halle-Vilvoorde en Waals-Brabant in vergelijking met andere Europese stadsregio's bijzonder productief zijn. Maar de economische groei is eerder matig en de groei van de werkgelegenheid is er beperkt. Het laat bovendien kansen liggen voor groei en jobs in de sectoren transport, horeca en toerisme, evenals in de handel en zakelijke diensten.

Brussel is economisch dus veel meer dan de plaats waar veel ambtenaren van de verschillende Belgische staatkundige niveaus werken of van hoofdzetels van Belgische bedrijven. De internationale activiteit in Brussel, hetzij vanuit de internationale instellingen, hetzij vanuit internationale bedrijven ligt trouwens hoger dan de "Belgische".

2. Brussel is een belangrijke motor voor de groei van de Vlaamse rand en voor heel Vlaanderen, maar kan niet zonder de "Vlaamse Ruit".

De economische activiteit van Brussel straalt af op de Vlaamse Rand en op heel Vlaanderen. Op indirecte wijze zijn er de talrijke spin-offs en op directe wijze wordt dit mooi geïllustreerd door de werkgelegenheidscijfers.

Wanneer wij de groei van de werkgelegenheid voor de periode 1995 tot 2004 in kaart brengen (INR, 2006), krijgen wij het volgende beeld:

  • Brussel: + 8,7% ( + 53.000)
  • Halle-Vilvoorde: + 13,9% (+ 28.000)
  • Vlaams Gewest: + 8,3% (+ 184.000)
  • Waalse Gewest: + 6,1% (+ 63.000)

Een andere indicatie is de huurmarkt voor beroepsgebruik waar volgens bronnen binnen de onroerendgoedmarkt het aantal nieuwe huurcontracten in de Rand rond Brussel de voorbije jaren gestegen is van 10% naar 50% t.a.v. het totaal aantal nieuwe contracten voor Brussel en de rand samen.

Wanneer wij bovendien de groeicijfers voor de periode 1980 tot 2006 er op naslaan (BAK Basel Economics) stellen wij vast dat het BBP in Brussel gestegen is met 50% en in Halle-Vilvoorde met 180%. De werkgelegenheid is over die zelfde periode in Brussel gedaald met 20% en in Halle-Vilvoorde gestegen met 50%.

Dit betekent dus dat de economische activiteit van Brussel vooral leidt tot groei in de Vlaamse Rand. De Vlaamse Rand is economisch vooral een stedelijk dienstennetwerk met een dienstintensiteit (gemeten naar werkgelegenheid) die bijna het dubbele is van het Belgische gemiddelde, met subsectoren als distributiecentra, koerierdiensten, bagage-afhandeling, catering, informaticabedrijven, zakelijke dienstverleners. De industriële tewerkstelling is in de Vlaamse Rand gering en komt, relatief gemeten, na Leuven en Oostende. Het aandeel van het arrondissement Halle-Vilvoorde in het BBP van Vlaanderen bedraagt trouwens 11% (INR, 2006). Het is daarmee het tweede arrondissement na Antwerpen (19,8%) maar voor Gent (8,6%) en Turnhout (7%) en ook bijvoorbeeld Leuven (6,7%), Mechelen (5,8%) en Kortrijk (4,8%).

In Brussel hebben bovendien 235.000 pendelaars uit Vlaanderen een baan en dat is meer dan de volledige werkgelegenheid van het arrondissement Antwerpen.

De Vlaamse Ruit wordt gevormd door Brussel-Gent-Antwerpen en Leuven, met als ruggengraat de as Brussel-Antwerpen. Brussel raakt immers steeds meer verbonden met Antwerpen en een hele reeks nieuwe projecten versterken dit (de nieuwe spoorverbinding langs de E19, de omvorming van de A12 tot een autosnelweg, de ontwikkeling van Mechelen, het Gewestelijk Expres Net, enz.). De Vlaamse Ruit is het enig Vlaamse stedelijk netwerk op internationaal topniveau te vergelijken met o.a. Randstad-Holland, het Ruhrgebied, Greater London en Ile de France. Een van de toegangspoorten is de internationale luchthaven in Zaventem met 60.000 jobs en 4 miljard euro toegevoegde waarde, dat wil zeggen 1,5% van het Belgisch BBP. In een internationale rangschikking van stadsgewesten die onlangs in Nederland werd opgesteld, staat de Vlaamse Ruit op de vijfde plaats.

Bovendien is meer dan 80% van de Vlaamse economie gericht op de export. Het merk Brussel is daarbij zeker een extra troef die vandaag misschien te weinig gebruikt wordt maar in de toekomst, gezien de economische positie waarin Vlaanderen zich momenteel bevindt, noch van groot nut kan worden.

Brussel heeft echter geen toekomst buiten de Vlaamse Ruit. Het heeft nood aan een economisch hinterland o.a. om bedrijven aan te trekken met o.a. bedrijfsterreinen voor zonevreemdheid van bepaalde bedrijven, om haar bereikbaarheid te verzekeren, om haar werkzoekenden werk te bezorgen, om haar financiën te ondersteunen en om haar internationale rol te verzekeren. Het feit dat de economische activiteiten steeds meer verschuiven naar de Rand en dat de as Brussel-Antwerpen verder wordt ontwikkeld, maakt de verwevenheid van Brussel met de Vlaamse Rand en de Vlaamse Ruit steeds groter en dus ook zijn afhankelijkheid ervan.

3. Vlaanderen moet zich meer inlaten met Brussel en Brussel als hoofdstad behouden. Dit is ook in het belang van Brussel.

Het is een geografisch gegeven dat het belang van landen afneemt en dat het belang van steden steeds maar zal toenemen. Volgens specialisten is de trend dat over 50 jaar ongeveer 75% van de wereldbevolking in steden zal leven. Met zulke voorspellingen op lange termijn moet je natuurlijk opletten, maar vandaag wijst veel erop dat die trend de komende 10-20 jaar niet zomaar zal omslaan. Of wij dat nu graag hebben of niet, ook in Vlaanderen zal de verstedelijking toenemen en zal de Vlaming moeten leren leven met grootsteden en de specifieke problemen die daaraan eigen zijn (drukte, chaos, groter gevoel van onveiligheid, enz.), maar ook met hun talrijke positieve punten (waar ik straks verder op in ga).

Wanneer Vlaanderen dus zou opteren voor Antwerpen of wie weet, Leuven, als nieuwe hoofdstad, zal ook die stad spoedig opgezadeld zitten met de problemen eigen aan een hoofdstad. Zeg maar het "afkeer-van-de-hoofdstad-syndroom". Bij Vlamingen weerspiegelt deze afkeer een diepgeworteld wantrouwen t.a.v. de machtshebbers. Wat specifiek is aan Brussel, is zijn onmogelijke structuur, de houding van sommige van zijn politici en dat de stad overwegend Franstalig lijkt. Het kan echter niet de bedoeling zijn om een stad of grondgebied los te laten omdat wij het volstrekt oneens zijn met de houding of het gedrag van sommige politici die daar de plak zwaaien, omdat het politiek model dat er momenteel bestaat, ons dwars zit of omdat het een Franstalige stad zou zijn ( trouwens waar stoppen we dan: de faciliteiten gemeenten, binnenkort misschien ook Zaventem of Halle? ). Integendeel, Vlaanderen moet zich meer met Brussel bezighouden, om wat het is en betekent voor Vlaanderen, en vooral om wat het kan worden en kan betekenen voor Vlaanderen. Kiezen voor een andere hoofdstad is, buiten het enorme kostenplaatje en de tijd die het neemt om de rol en uitstraling van hoofdstad op het nationale en internationale forum te bereiken, m.i. een uiting van gebrek aan ambitie. Wij laten Praag voor wat het is en kiezen voor Bratislava. Ik weet in elk geval welke keuze te maken.

Het verlies van Brussel zal op economisch, politiek en cultureel vlak voor Vlaanderen echter een verarming betekenen.

Dat Brussel een belangrijke economische rol speelt voor Vlaanderen heb ik hopelijk voldoende aangetoond. De redenering dat Vlaanderen volledig los van Brussel ook ten volle zal genieten van de Brusselse economische centrumfunctie en Brussel dus t.a.v. Vlaanderen haar rol als motor zal blijven spelen, is zeer twijfelachtig, en dit om drie redenen.

  1. De sociaaleconomische ontwikkeling van Brussel en de Rand wordt nu reeds zwaar gehypothekeerd door het feit dat Brussel en Vlaanderen elk hun eigen beleid voeren in concurrentie met elkaar. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat de mobiliteitsproblemen niet terdege of te traag (bijvoorbeeld het Gewestelijk Expresnet) worden aangepakt, dat de groeikansen van de luchthaven van Zaventem worden gefnuikt en dat Brussel een leger werklozen heeft dat niet doorstroomt naar vacatures in de Rand waar die niet ingevuld raken. De banden verder doorknippen maakt dit probleem enkel maar erger. Dit heeft een dubbel gevolg. Het onmiddellijke effect is dat de groeikansen van de Vlaamse Rand worden beperkt. Daarnaast beperkt het onderpresteren van beiden de groeimogelijkheden van de andere.
  2. Brussel is als derde gewest al te weinig geïnteresseerd in de ondersteuning van de economische en internationale functie, omdat het voor Brussel meer lasten dan lusten zou meebrengen en het gros van de Brusselse kiezers alleszins niet houden van die centrumfunctie. Waarom zou een nog meer zelfstandig of zelfstandig Brussel investeren in die aspecten van haar centrumfunctie die vooral Vlaanderen zouden ten goede komen? Hoe losser de band tussen Vlaanderen en Brussel, hoe groter de concurrentie zal zijn. Deze uitputtingsslag zal leiden tot een sociaaleconomisch slagveld tussen Vlaanderen en Brussel, met als resultaat dat beleidscoherentie en strategie voor Brussel en de Rand totaal zoek zullen geraken en Brussel veel pluimen zal laten als internationale aantrekkingspool. Het (nog) minder presteren van Brussel op dat vlak zal noodzakelijkerwijze ook een negatief effect hebben op Vlaanderen.
  3. De problemen die Brussel kent, zoals verpaupering, onveiligheid, onvoldoende scholing, werkeloosheid, verstedelijking, verfransing, gebrekkige mobiliteit enz. ) stoppen niet aan een gewestgrens. Door het vrij-verkeer principe binnen de E.U. zou zelfs een staatsgrens niet helpen. Ze besmetten Vlaanderen nu al meer en meer. Vlaanderen kan dus maar beter mede aan het stuur zitten om aan die problemen iets te doen zodat het omliggende Vlaanderen op dat vlak nog meer haar voordeel kan doen.

Met andere woorden een scenario van één stadsregio waarbij het bestuur van de kernstad en de randstad volledig gescheiden zijn, is een nefaste piste. De tegenovergestelde trend kan eerder worden vastgesteld: Greater London en Parijs vormen samenwerkingsverbanden met de omliggende rand (in plaats van uit te breiden), in Nederland woedt het debat om de Randstad Holland bestuurlijk meer vorm te geven, en ook Kortrijk en Rijsel zoeken samenwerkingsverbanden.

Maar ook op politiek en socio-cultureel vlak mag Vlaanderen Brussel niet loslaten.
Zonder Brussel verliest Vlaanderen een uitzonderlijk venster op de wereld, een internationaal podium waarop het zich aan de internationale gemeenschap kan presenteren en verliest het één van de meest internationale en kosmopolitische plaatsen in de wereld. De aanwezigheid en kruising van de diverse culturen en nationaliteiten in Brussel is nergens in de wereld in die concentratie te vinden. En mag de socio-culturele multiculturaliteit een enorme uitdaging zijn, die nog in volle adolescentie is, de economische multiculturaliteit is volwassen en een economische troef. De diverse culturen zorgen voor een uitgelezen bedding voor creativiteit, wat leidt tot een bruisend cultureel leven en een enorme economische meerwaarde. De creativiteitsfactor, die volgens wetenschappelijk onderzoek geldt als motor voor de toekomstige groei en die op wetenschappelijke wijze kan worden berekend, ligt in Brussel dan ook beduidend hoger dan deze van de rest van Vlaanderen (dixit prof. Richard Florida). Daardoor liggen de kaarten in Brussel voor een economische groei die groter is dan in de rest van het land zeer goed. De KU. Leuven en de Universiteit Gent hebben dit alvast begrepen en verankerden zich inmiddels in Brussel.

Een Vlaanderen dat zich afsnijdt van de internationale gemeenschap die zo sterk aanwezig is in Brussel, berokkent zich bovendien enorme reputatieschade. Een bevestiging van onze bij sommigen geldende slechte reputatie van navelstaarders en gesloten volk zou bovendien ook extra inspanningen vereisen om de toegang tot die internationale gemeenschap op een andere manier te realiseren. In dat verband past het de aandacht te vestigen op het principe dat hoe kleiner de gemeenschap is, hoe groter de noodzaak aan openheid.

Je kan de vraag stellen of de nadelen van een Vlaanderen totaal los van Brussel voor Vlaanderen zelf opwegen tegen de financiële kost die Vlaanderen momenteel opbrengt voor Brussel. Voor zover mij bekend werd daarover (nog) geen studiewerk verricht, maar welke (toekomstige) staat zou een deel van haar bevolking zo in de steek laten?

Ik wil nog even terugkomen op de gedachte dat Brussel een Franstalige stad is: een stad waar tot het einde van de 18e eeuw 95% Nederlands sprak, maar die sindsdien ten gevolge van sociale verdringing en sociale druk verfranst is (historicus dr. Paul De Ridder) en waar nu één derde van de inwoners uit het buitenland afkomstig is en bijna honderd verschillende thuistalen kunnen worden geteld (prof. em. Els Witte, VUB). Vooreerst kan de economische betekenis van de Nederlandstalige factor in Brussel als evenwaardig worden beschouwd aan de Franstalige factor. De Nederlandstaligen vormen weliswaar één van de minderheden, maar dit geldt enkel voor wat de woonfunctie betreft.

Bovendien zal het Nederlands in Brussel niet verdwijnen. Dat blijkt uit de talrijke minderheden in Brussel die er gewoon in slagen te overleven. Brussel is trouwens geen Franstalige stad, maar een stad van minderheden waar het aantal ééntalig-Franstaligen (d.w.z. die thuis enkel Frans spreken) teruggelopen is tot 50%. Het verleden toont ons dat zaken omkeerbaar zijn, door bepaalde dynamieken of ingrepen. Denken we maar aan de evolutie die Vlaanderen in de 19de en 20ste eeuw heeft ondergaan, en recenter, aan wat gebeurd is met de Berlijnse Muur en in, waarom niet, Voeren. Stel je voor welk effect er kan bereikt worden met bijv. een dynamische en ambitieuze cultuurpolitiek in Brussel, gecombineerd met een wijziging in de staatsstructuur. Dit alles niet met de bedoeling Brussel proberen te vervlaamsen, maar er wel de Nederlandse taal en culturele factor op een volwaardige wijze aan bod te laten komen.

Daarenboven mogen wij niet vergeten dat de bevoegdheid van Vlaanderen voor belangrijke materies (gemeenschapsmateries) zich vandaag uitstrekt over Brussel en dat ons Vlaams Parlement er gevestigd is. Deze zogenaamde historische en grondwettelijk vastgelegde verworvenheden, die ook internationaal een belangrijk argument zijn, moet Vlaanderen niet zomaar opgeven.

Brussel betekent dus veel voor Vlaanderen, dat werd hier reeds overvloedig benadrukt. Maar Vlaanderen betekent ook veel voor Brussel, niet alleen omdat daarin haar economisch hinterland ligt en Brussel geen economische toekomst heeft buiten de Vlaamse Ruit, maar ook omdat Vlaanderen een sterke financiële partner is met aandacht voor goed bestuur en respect voor anderstaligen. Dit valt af te leiden uit de wijze waarop Vlaanderen taalfaciliteiten verleent en de manier waarop zij bereid is om Vlaamse middelen te investeren in diverse Brusselse cultuurhuizen en in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel, dat in belangrijke mate ook ten goede komt aan Frans- en anderstaligen. Een mooi voorbeeld dus van hoe Vlaanderen voor Brussel een toegevoegde waarde betekent.

M.a.w. de "populaire" Vlaamse leidende klasse moet de afkeer van Brussel kunnen overstijgen en resoluut kiezen voor Brussel.

4. Het is in het belang van Brussel en Vlaanderen dat het statuut van Brussel grondig wijzigt.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werkt niet. Brussel heeft niet de kritische massa, zoals o.a. oppervlakte, om op een vrijwel autonome wijze efficiënt te worden bestuurd. Bovendien is Brussel via de gewestgrens afgesloten van haar economisch hinterland, wat dus een gecoördineerd beleid voor Brussel en haar hinterland moeilijk tot onmogelijk maakt. Vrijwel iedereen die daarmee politiek wordt geconfronteerd en waarvan het beoordelingsvermogen niet beneveld wordt door politieke vooringenomenheid, beseft dit. Ook in economische kringen wordt dit besef steeds groter. Het is trouwens zo dat kan worden vastgesteld dat de economische neergang van Brussel, in vergelijking met de andere gewesten, samengaat met het krijgen van het statuut van derde gewest. Aangezien het economische hinterland van Brussel en de interactie-problematiek steeds groter worden, wordt dit probleem ook alsmaar groter.
Het is hier wellicht de geschikte plaats om even in te gaan op de stelling dat de rijkdom die Brussel genereert haar zou ontnomen worden, omdat zij geen recht heeft op de opbrengsten van de belastingen die door personen en vennootschappen in Brussel worden gegenereerd.

Wanneer we vooreerst de eerder vermelde factoren overlopen die Brussel economisch sterk en aantrekkelijk maken en die dus die rijkdom genereren, dan zijn daar bitter weinig elementen bij waarvoor Brussel de pluimen op eigen hoed mag steken. De meeste zijn Brussel als een rijpe appel in de schoot geworpen. Wanneer echter de factoren worden overlopen die Brussel zwakker maken, dan zijn er een hele reeks waar de verantwoordelijkheid van een bepaalde Brusselse politieke klasse heel groot is:

  • onvoldoende industrieterreinen
  • een gebrek aan één aanspreekpunt voor investeerders
  • onvoldoende openbaar vervoer (bijvoorbeeld de vertraging met de vergunningen voor het Gewestelijk Expres Net)
  • de complexe stedelijke organisatie (waar blijft de fusie van gemeenten of het doorgeven van gemeentelijke bevoegdheden naar het gewest? Of de fusie van de talrijke instellingen, zoals de 33 huisvestingsmaatschappijen?)
  • onvoldoende betrokkenheid van de aanwezige internationale gemeenschap (die van het kastje naar de muur worden gestuurd)
  • een sociale kloof, geïllustreerd door een jeugdwerkloosheid van 35%, wat maar liefst het dubbel is van het Europees gemiddelde (de ondermaatse talenkennis die mede verantwoordelijk is voor de hoogste werkloosheid van alle Europese hoofdsteden werd door die bepaalde politieke klasse gecultiveerd). De stad New York bewijst nochtans dat via een specifiek beleid op vlak van aansprakelijkheid en normen een aanzienlijke verhoging van de studieresultaten kan worden gerealiseerd.
  • onvoldoende congresinfrastructuur (mismanagement van het project).

Je kunt dus bijna stellen dat Brussel zo'n niveau van rijkdom creëert ondanks het beleid in Brussel.

Bovendien wordt nogal kort door de bocht gegaan wanneer wordt gesteld dat op basis van internationale principes de belastingopbrengsten van personen en vennootschappen die actief zijn in Brussel zouden moeten toegewezen worden aan Brussel. Ik kan zo zeker 4 redenen geven waarom maar dit zou hier tot een te technische uiteenzetting leiden. Maar een 5de reden kan ik hier alvast naar voor schuiven. Aangezien voor personen grosso modo 80% van zijn publieke uitgaven liggen waar hij of zij woont en 20% waar hij of zij werkt zou een 100% toewijzing van belastinginkomsten aan het gewest waar hij of zij werkt economisch nonsens zijn.

Ook de rol die Brussel moet spelen als hoofdstad van het land en van Vlaanderen en die zich o.a. situeert op taalkundig vlak (onthaal) en het fungeren als verbindingsteken tussen de twee grote gemeenschappen van het land, is ondermaats. Volgens het taalrapport van de vice-gouverneur voor 2005 zijn slechts één vierde van alle personeelaanstellingen, in de 19 Brusselse gemeenten en OCMW's conform de taalwetgeving. Het aanbod aan Nederlandstalig gemeenteonderwijs is verschrikkelijk ondermaats t.a.v. de vraag, en de kwaliteit is dikwijls zwak. De taaltoestand bij de Brusselse ziekenhuizen is in de meeste gevallen onwaardig voor een westers land. Ook persoonlijk heb ik ervaren hoe ik op geregelde tijdstippen administratief verfranst wordt en ik dus voortdurend allert moet zijn. Bovendien krijgt een deel van de federale dotatie voor de hoofdstedelijke rol via het Gewest een bestemming bij de Franse Gemeenschap. Op cultureel vlak kun je Brussel trouwens moeilijk als de hoofdstad van Vlaanderen beschouwen, alle fel gewaardeerde inspanningen ten spijt. Gezien de verwijdering tussen de twee gewesten en zeker indien de gewesten meer bevoegdheden zouden krijgen, zal het onderpresteren van Brussel ook op dat vlak nog toenemen.

Brussel zou als federale hoofdstad een verbindingsteken moeten zijn tussen de twee andere gewesten, maar speelt deze rol niet. Ze kan die rol ook niet spelen want haar statuut als derde gewest verhindert dit. Brussel is, noodgedwongen, een concurrent van de andere gewesten, eerder dan de dienende rol die een hoofdstad normaal is toebedeeld. M.a.w. het echte carcan, de echte dwangbuis van Brussel zijn niet de gewestgrenzen, maar zijn statuut van derde gewest.

Sta me toe in dit verband even te citeren uit mijn toespraak van 7 december 2006 voor het Vlaams Komitee voor Brussel:

"Er zijn verschillende redenen waarom indertijd geopteerd is voor een statuut van derde gewest. Brussel uit het vaarwater van Vlaanderen houden om op die manier Vlaanderen in België te houden zal daarbij geen onbelangrijke factor geweest zijn, maar deze strategie leidt er uiteindelijk toe dat Brussel door haar statuut, dat dus duidelijk niet werkt, uiteindelijk één van de redenen is waarom in Vlaanderen een onafhankelijkheidsgedachte leeft. Wie ogen heeft, moet dit toch zien? Waarom reageren de Franstalige economische en intellectuele middens niet of vrijwel niet? Is het omdat zij België op langere termijn hebben opgegeven en zij dus streven naar een Wallo-Brux? Wordt daarbij door de Franstalige politieke klasse een uniformisering nagestreefd via assimilatie of uitstoting? Een m.i. significante indicatie in dat verband is de problematiek van de faciliteitengemeenten. De steun van de PS voor die meestal betere Franstalige klasse in de Vlaamse Rand is toch niet normaal, tenzij als vooruitgeschoven post om de taalgrens te doen springen, naar Wallonië en naar Vlaanderen toe. De meeste Franstaligen onthouden de Brusselse Vlamingen hun logische taalaanspraken op het vlak van onthaal, zoals in ziekenhuizen, en het Nederlands in het Franstalig onderwijs staat er belabberd voor. Dit zijn andere voorbeelden van de assimilatiepolitiek van de Franstaligen. Is het verboden te denken dat, met het scenario van een uiteenvallen van België voor ogen, de Franstalige politieke klasse alle middelen inzet om een doorgang tussen Brussel en Wallonië te creëren, en in een volgende stap de andere faciliteitengemeenten zal opgeven in ruil voor de bescherming van de Vlamingen in Brussel, om op die manier een uniformisering in Brussel te realiseren?"

5. Politieke strategie voor de huidige coalitie onderhandelingen

Dit brengt ons tot de politieke strategie in het kader van de huidige onderhandelingen, meer bepaald m.b.t. Brussel.

Maar laat ons eerst even stilstaan bij de verkiezingsuitslag in Brussel. Ter informatie: Brussel telde de afgelopen verkiezingen ongeveer 485.000 geldige stemmen; Vlaamse Brabant ongeveer 750.000.........Waar de Vlaamse lijsten nog amper 10,7% van de uitgebrachte stemmen behaalden, of een verlies van een kleine 12.000 stemmen. Een verdere analyse is zeker nodig maar een eerste analyse voor dit verlies kan wellicht als volgt worden samengevat.

  • het Vlaams belang heeft ongeveer 12.000 stemmen verloren, waaronder flink wat Franstalige stemmen.
  • mensen stemmen voor wie ze kennen maar de Vlaamse politici hebben te weinig de mogelijkheid (b.v. via interessante ministerportefeuilles of op locaal vlak schepenambten) om hun naam in het uitstelraam te plaatsen ook t.a.v. de nieuwe Belgen.
  • een gebrek aan politieke wil bij de Franstaligen om Vlamingen zich echt in Brussel volledig thuis te laten voelen en wat dus zorgt voor een disproportioneel aantal Nederlandstalige vertrekkers uit Brussel en inwijkelingen naar Brussel
  • de nieuwe trend bij jonge Vlamingen om zich buiten Brussel te domiciliëren, o.a. om van de jobkorting e.d. te genieten.

De Vlaamse culturele instellingen en initiatieven en het Nederlandstalig onderwijs zijn nochtans heel succesvol, toch op het kwantitatieve vlak, en bereiken ongeveer 20% van de bevolking. Er moet dringend nagedacht worden hoe dit kan omgezet worden in electorale winst.

In het kader van de huidige coalitieonderhandelingen heb ik volgende boodschappen:

  1. Eén Vlaams minister meteen sterk profiel die de bevoegdheden van Brussel en de Vlaamse Rand clustert en tevens optreedt als gesprekspartner voor de Brusselse regering. Het best nog worden deze bevoegdheden toegewezen aan de Minister-President.
  2. Een politiek project dat de politieke, economische en socio-culturele band tussen Vlaanderen en Brussel versterkt, niet alleen omdat Vlaanderen en Brussel een Siamese tweeling zijn maar ook om zo de as Wallo-Brux te vermijden.
    Dit houdt o.a. in de creatie van een samenwerkingscommissie ter ondersteuning van de hoofdstedelijke, economische en internationale rol van Brussel, voldoende bedrijfsterreinen in Halle-Vilvoorde en waarom niet het lanceren van het merk BRU-FLANDRIA en Vlaams huis in New York omdopen tot Brussels-Flanders House.
  3. Omtrent de staatshervorming die in het vooruitzicht wordt gesteld:

    3.1 Geen federale kieskring. Dit is een paard van Troye of willen wij in Vlaanderen Franstalige kiespropaganda? En willen wij dat, eens de Franstalige stemmen in Vlaanderen geteld zijn (uit eerdere verkiezingsresultaten in Vlaams Brabant is af te leiden dat de Franstaligen niet zozeer stemmen voor de gematigde Franstaligen maar voor wie het meest expliciet voor hun rechten opkomt), hen zo aanmoedigen om culturele en taalkundige rechten te eisen? Met de federale kieskring exporteren wij de problemen in Brussel-Halle-Vilvoorde naar heel Vlaanderen. De voordelen van zulke kieskring zijn overigens zeer beperkt. De directe democratische invloed van de kiezer op het politiek proces is beperkt en de kandidaat die zich zorgen maakt over de wijze waarop het andere landsdeel over hem of haar denkt zal zich op die lijst niet verkiesbaar stellen.

    3.2 Geen corridor tussen Brussel en Wallonië, hoe smal ook of hebben de Vlamingen dan de studie van Franstalige professoren niet gelezen dat het feit dat Brussel en Wallonië niet aan elkaar grenzen de eventuele creatie van de onafhankelijke staat Wallonië-Brussel fel bemoeilijkt. De Franstaligen bereiden het uiteenvallen van het land serieuzer voor dan dat wij denken. Met zulke toegeving geven wij voor de toekomst een strategisch enorm belangrijk troef uit handen.Het is dus niet verboden om slecht ideeën voor te stellen maar het is ook niet verplicht.

    3.3 Voor dezelfde reden kan er geen sprake zijn van de creatie van een Brusselse gemeenschap die voor Brussel de persoonsgebonden bevoegdheden als onderwijs en cultuur zou overnemen van de Vlaamse en Franstalige gemeenschap. In het tegendeel, de rol van de twee gemeenschappen in Brussel moet worden versterkt. Buiten het feit dat een bevoegdheidsoverdracht naar een Brusselse gemeenschap nefast is voor Brussel en de Brusselse Vlamingen, betekenen de grondwettelijke bevoegdheden die Vlaanderen heeft op het vlak van persoonsgebonden materies volgens het internationaal recht een belangrijke belemmering voor Brussel om, in het geval van het uitvallen van het land volledig autonoom te beslissen over haar toekomst.

    3.4 Iedereen, ook sommige Vlaamse politici, moet duidelijk gemaakt worden dat de beperking van BHG tot de huidige grenzen en de bijzondere regeling inzake de Brusselse Vlamingen pasmunt waren voor de creatie van BHG als quasi derde gewest. Het parallellisme dat sommige trekken met de regelingen op Belgisch niveau zijn historisch niet volledig juist en bovendien gevaarlijk want, in het geval van het uiteenvallen van het land zou, bij gebrek aan Belgisch kader, dit kunnen betekenen dat o.a. de regelingen omtrent de Brusselse Vlamingen en de gewestgrenzen zou komen te vervallen.

    3.5 De herfinanciering van Brussel mag zeker niet in een voorbereidende fase van de staatshervorming worden afgerond omdat op die wijze Vlaanderen nog maar eens een onderhandelingstroef te vroeg uit handen zou geven. Maar bovenal kan van een herfinanciering van Brussel slechts sprake zijn na een onafhankelijke studie die de zogenaamde onderfinanciering objectiveert mits de nodige bestuurlijke hervormingen worden doorgevoerd (bijvoorbeeld, Brussel telt 33 sociale huisvestingsmaatschappen met 33 directeurs-generaal of telt 600 verkozen functies; Barcelona daarentegen dat ongeveer 1,6 miljoen inwoners telt, slechts 41³) en Brussel haar hoofdstedelijke rol nakomt. De herfinanciering van Brussel in ruil voor een staatshervorming is dus absoluut uit den boze ook al omdat het onderpresteren van Brussel meer en meer gaat afstralen op Vlaanderen.

Dé win-win operatie bestaat er m.i. echter in om het Brussels en Vlaams gewest samen te voegen. Economisch is dit de logica zelf. Op sociologisch vlak trouwens ook. Franstalig Brussel bestaat immers voor een belangrijk gedeelte uit een Franssprekende elite uit Vlaanderen die in de 19de en 20ste eeuw uitgeweken is naar Brussel om allerlei redenen, waaronder de eerste taalwetten in de 20ste eeuw, en uit Vlamingen die in de 20ste eeuw naar Brussel zijn uitgeweken en er zijn verfranst. Op cultureel vlak krijgen de Franstaligen in Brussel de nodige garanties via het statuut van autonome taalgemeenschap, zoals de Duitstalige in het Waals Gewest, met bevoegdheden op het vlak van persoonsgebonden materies (onderwijs, gezondheidszorg, cultuur e.d.). Economisch heeft Brussel, binnen Vlaanderen, de potentie om het Ierland van Europa te worden, alleen met veel meer troeven dan Ierland ooit heeft gehad. Voor Wallonië zou dit het externe scharniermoment zijn dat het intern blijkbaar niet kan creëren en dat moet toelaten alle krachten te mobiliseren rond een gemeenschappelijk project van dynamiek, creativiteit en zelfredzaamheid, waar niet alleen Wallonië maar ook Vlaanderen/Brussel en heel de EU beter van worden. Zo'n proces in Wallonië zal veel (financiële) middelen vereisen, maar Vlaanderen zal ongetwijfeld in deze context bereid zijn om dit proces te steunen, binnen afgesproken parameters. Tot diegenen die zeggen dat zulke samenvoeging politiek onmogelijk is, zeg ik met Johan Antierens: 'Alles is onmogelijk, als men maar wil."

Solidariteit

Inzake solidariteit zeg ik tot onze Waalse/Franstalige vrienden. Solidariteit is niet gratis maar moet je verdienen, elk dag.

Solidariteit houdt in:

  • Dat je niet gaat janken bij buitenlandse instellingen maar vertrouwen hebt in je eigen instellingen;
  • Dat je respect hebt voor elkaars grondgebied
  • Dat wanneer Vlaanderen een tekort heeft aan arbeidskrachten en Wallonië een overschot, Wallonië dit in Vlaanderen probeert in te vullen en dan meer dan de 132 Walen die in Vlaanderen werken zoals Minister Vincent Van Quickenborne in 2008 heeft berekend.
  • Dat je je hand uitsteekt naar het andere gewest i.p.v. het steeds maar open te houden

"Hand uisteken en niet pesten" zoals de afgelopen jaren systematisch is gebeurd. Bedankt "Le Soir" om dit regelmatig te illustreren. Bedankt omdat dit de ogen van de Vlamingen meer opent dan alle 11 juli toespraken samen.

Scholen werken aan een pestactieplan. Daarbij leren kinderen dat ze wel mogen plagen maar dat plagen pesten wordt wanneer de andere te kennen geeft het niet meer leuk te vinden. Weet je wat er gebeurt met kinderen wanneer ze volharden in het pesten? Men wordt van school gestuurd. Ik nodig onze (toekomstige) Vlaamse regeringspartijen uit eens hetzelfde te doen.

Dames en heren,

Sociale wetenschappers zijn er meer en meer van overtuigd dat vertrouwen in zich inzelf en in de instellingen cruciaal is om een maatschappij welvarend te maken. Iedereen kan vaststellen dat dit vertrouwen in onze Belgische instellingen totaal zoek is. Ook de overeenkomsten tussen de 2 grote gemeenschappen zijn moeilijker en moeilijker te vinden. Wij verliezen kostbare tijd of zoals Marcia De Wachter, directeur van de Nationale Bank nog verwoordde:
"Zoals het er nu in ons land aan toegaat, kan het niet blijven duren, we moeten structureel ingrijpen. Doen wij dat niet, kan kunnen wij niet meer mee met de groep van de geïnsdustrialiseerde landen" en verliezen wij kostbare middelen. Terwijl de Vlaming gemiddeld 25 % meer inkomen genereert dan de Waal houdt de Vlaming na herverdeling 2,5 % minder over dan de Waal, heeft Voka ons vorig jaar nog voorgerekend. Een solidaritiet die in een bodemloze put valt en waarvoor Vlaanderen dank nog stank voor dank krijgt. Het is echter nog veel erger dan ondankbaarheid, het gepest krijgt meer en meer het karakter van haat. Een federale kieskring kan daaraan niets meer veranderen.

Peter Van der Meersch schrijft in De Standaard dat dit een land is van twee publieke opinies. De Volkskrant schrijft dat Vlaanderen misschien best voor onafhankelijkheid kiest. The Economist is van mening dat België beter uiteen zou vallen in het belang van iedereen. Vlaamse onafhankelijkheid is geen oplossing voor de sociaal-economische uitdagingen waarvoor wij staan maar er is geen oplossing voor die sociaal-economische uitdagingen zonder Vlaamse onafhankelijkheid. Om dit laatste nog even verder te onderstrepen heb ik nog wat extra (economische) gegevens omtrent België bij elkaar gezocht:

  • Hoogste staatsschuld van Europa per persoon
  • Hoogste belastingen van Europa per persoon
  • Laagste pensioenen voor niet-ambtenaren (in de jaren tachtig hadden wij zowat de beste pensioenen)(De Standaard 30 juni 2009)
  • België doet het minsten in Europa tegen de vergrijzing
  • België kende van heel Europa de hoogste aangroei van ambtenaren (12,2 %)(De Tijd 11.06.09)
  • Der begroting van België werd door Europa verworpen
  • België heeft buitenlandse investeerders vrijwel niets meer te bieden aldus een recente studie; meer nog eigen bedrijven beginnen hier weg te vluchten....

Geen wonder dat 4 op 10 werkgevers in Vlaanderen zich uitspraken voor Vlaamse onafhankelijkheid (De Tijd, 16.09.2006)

Dames en heren,

De afgelopen 2 jaar is er op federaal niveau, nauwelijks of niet geregeerd. De huidige crisis maakt dit des te erger. Het land zit op haar limiet van wat democratisch nog mogelijk en aanvaardbaar is, wellicht heeft ze die limiet reeds overschreden. De zogenaamde Bart Maddens doctrine, waarbij Vlaanderen zich niet langer als eisende partij opstelt maar de zaken laat aanmodderen tot ze verrot en Franstaligen smeken voor een nieuwe staatshervorming, kan maar werken op voorwaarde dat Vlaanderen haar bevoegdheden maximaal en tot op het extreme uitoefent en de Vlaamse regeringspartijen, zowel op federaal als regionaal niveau, niet langer het voortbestaan van België laten primeren boven het verzekeren van de welvaart van zijn inwoners; want dit laatste moet toch de hoofdbekommernis zijn van elke regeringspartij!

Of alle Vlaamse regeringspartijen die lijn consequent zullen aanhouden zal de toekomst uitwijzen. Maar wij allen kunnen alvast druk op hen uitoefenen.

Leve Vlaanderen.

Ik dank u.

Johan Van den Driessche