Federale recuperatie van het gezondheidsbeleid
Het Vlaams Geneeskundigenverbond (VGV) roept de Vlaamse politici op om de recuperatiepogingen van minister Demotte te stoppen!!!
Publicatie: 12 januari 2005
Het Vlaams Geneeskundigenverbond (VGV) stelt vast dat minister Rudy Demotte sinds zijn aantreden elke mogelijkheid aangrijpt om het gezondheidsbeleid, dat als persoonsgebonden aangelegenheid in princiep een bevoegdheid van de gemeenschappen is, federaal te recupereren.
De bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen kent inderdaad inzake het gezondheidsbeleid volgende bevoegdheden aan de gemeenschappen toe: "het beleid betreffende de zorgenverstrekking in en buiten de verplegingsinrichtingen (met evenwel meerdere uitzonderingen, o.a. de ziekte- en invaliditeitsverzekering) evenals de gezondheidsopvoeding, alsook de activiteiten en diensten op het vlak van de preventieve gezondheidszorg (met uitzondering van de nationale maatregelen inzake profylaxis)."
Het VGV stelt vast dat minister Demotte te pas en te onpas initiatieven neemt in verband met gezondheidsvoorlichting en preventieve gezondheidszorg.
Zijn nieuwste projecten staan op het programma van de Interministeriële Conferentie voor Gezondheid. Hij wil het geld van het Tabaksfonds gebruiken voor federale preventiecampagnes, terwijl Vlaanderen een deel van dat geld wil gebruiken voor zijn antirookcampagnes. Verder wil hij de preventieve gehoortests voor baby's, die Vlaanderen sinds lang organiseert met "Kind en Gezin", naar de federale ziekteverzekering versassen.
Doch er is meer.
In de Commissie "Sociale Aangelegenheden" van de Senaat werd mede op zijn inititatief een discussietekst voorgesteld met de titel "Wetsvoorstel tot oprichting van een Hoge Raad voor Deontologie van de gezondheidszorgberoepen en tot vaststelling van de algemene beginselen voor de oprichting en de werking van de Orden van de gezondheidszorgberoepen". Dat is dus een dubbel project.
1. Hij wil een Hoge Raad voor Deontologie oprichten, waarin alle gezondheidszorgberoepen (geneeskunde, farmacie, tandheelkunde, kinesitherapie, verpleegkunde...) federaal worden gegroepeerd, met paritaire samenstelling wat de taalrol betreft en een tweetalige magistraat als voorzitter.
Die Hoge Raad zou volgende opdrachten krijgen:
* het vaststellen van de grondbeginselen van deontologie die gemeenschappelijk zijn voor het geheel van de beroepsbeoefenaars
* het bekrachtigen van een aantal regels van deontologie, zoals voorgesteld door de Nationale Raad van de Orden
* het verlenen van adviezen over de grondbeginselen, op verzoek van een orgaan van een Orde, een lid van de federale regering of van de regeringen van gemeenschappen of gewesten bevoegd voor gezondheidsbeleid of aan de voorzitters van de Kamer, van de Senaat of van de Parlementen van de gemeenschappen of gewesten.
Dat betekent dus een nieuw federaal orgaan, waardoor de greep van de federale overheid op het gezondheidsbeleid nog wordt verstevigd.
2. Minister Demotte wil bovendien een grondige aanpassing doorvoeren van de structuren en procedures in de bestaande Orden van Geneesheren en Apothekers en de mogelijkheid openen voor het oprichten van bijkomende Orden voor andere gezondheidsberoepen.
In Art. 20 § 1 van de discussietekst leest men dat de Nationale Raad is samengesteld uit een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling en dat beide afdelingen samen vergaderen voor de uitoefening van bevoegdheden zoals het vaststellen van de regels van de deontologie en het geven van adviezen over de draagwijdte van die regels, en dat ze kunnen samen vergaderen voor de uitoefening van de andere bevoegdheden.
Uit de vergelijking met het huidige reglement van de Orde der Geneesheren blijkt dat de minister de Nederlandstalige en Franstalige afdelingen nu voor hogergenoemde bevoegdheden wil verplichten samen te vergaderen, terwijl die afdelingen daartoe niet verplicht zijn volgens het huidige reglement.
Dat betekent dus dat minister Demotte kost wat kost verschillende interpretaties van de deontologie door de Nederlandstalige en Franstalige afdelingen wil voorkomen.
Daartegenover staat nochtans de algemene vaststelling dat opvattingen over deontologie gedeeltelijk cultuurgebonden zijn. Men weet bvb. dat Vlaanderen en Wallonië in de praktijk een verschillende houding aannemen tegenover de registratie van euthanasie, tegenover het Globaal Medisch Dossier en tegenover de aanwending van gemeenschapsgelden voor medisch gebruik. Men weet eveneens dat er binnen Europa verschillende opvattingen bestaan over abortus, euthanasie en biogeneeskunde.
Zowel de herhaalde initiatieven van minister Demotte inzake preventie als zijn tweevoudig deontologie-initiatief in de Commissie "Sociale Aangelegenheden" van de Senaat wijzen op eenzelfde doelstelling: de federale recuperatie van het gezondheidsbeleid.
Indien het de Vlaamse politieke partijen, die de Vlaamse Regeringsverklaring van juli 2004 inzake de eis tot "volledig Vlaamse bevoegdheden voor gezondheidszorg" onderschreven, ernst is, moeten zij nu minister Demotte een krachtig halt toeroepen in zijn openlijke en bedekte pogingen om de doelstelling van de Vlaamse Regering te kelderen. Zo niet verliezen die Vlaamse partijen hun geloofwaardigheid.
Namens het Vlaams Geneeskundigenverbond,
Dr. Jan Van Meirhaeghe, voorzitter
Dr. Louis Ide, secretaris
Dr. Robrecht Vermeulen, ondervoorzitter
Prof. Dr. Eric Ponette, oud-voorzitter
10 januari 2005
Webstek: www.vgv.be
E-post: VGV@VVZ.uunethost.be
|