Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen

Thuispagina - Persmededelingen - Leden - Statuten - Historiek - Logo

 

Eurokiesrecht: hoog risico!

Kiesrecht voor vreemdelingen zonder waarborgen voor de Vlamingen ontneemt aan belgië de laatste bestaansreden voor Vlaanderen

Publicatie: 26 juni 1997

De federale kamer bespreekt de schrapping van de Belgische nationaliteit voor alle kiesrechten in dit land - dus zowel de gemeentekiesrechten, waar de grondwet dient te worden aangepast omwille van een europese Richtlijn, als de parlementskiesrechten - zowel aktief (kiezen) als passief (gekozen worden).

In de kamerkommissie werd daarover reeds een voorstel goedgekeurd door onder meer de CVP, SP en VLD, dit hoewel alleen al de naam van de indiener - FDF-er Clerfayt - de Vlamingen duidelijk zou moeten maken dat dit voorstel, zoals het werd verwoord, enkel kan bedoeld zijn als een instrument van franstalig imperialisme tegen de integriteit van de Vlaamse gemeenschap in de gordel rond Brussel en de gelijkberechtiging van de Vlamingen te Brussel.

Het voorstel komt erop neer dat er binnenkort bij gewone wet kiesrechten zullen worden toegekend aan niet-Belgische inwoners, althans aan de europeanen onder hen, en dit zonder dat de grondwet enige waarborgen zou inhouden voor de integriteit van de taalgebieden zoals die in de grondwet zijn opgenomen. Meer bepaald wordt geen enkele waarborg ingebouwd voor het behoud van het nederlandstalig karakter van de gordel in Vlaams-Brabant en van het tweetalig karakter van het Brussels gewest (Brussel-19) en de gelijkberechtiging van de Vlamingen. De franstaligen kunnen dan volop misbruik maken van het feit dat zij op europees vlak nu éénmaal groter in aantal zijn dan de nederlandstaligen en de invloed die zij daardoor op veruit de meeste vreemdelingen in en rond Brussel hebben. Ook al kunnen wij het kiesgedrag van de vreemdelingen niet voorspellen, het feit alleen al dat zij voor het grootste deel nederlandsonkundig zijn maakt het risiko voor Vlaanderen onaanvaardbaar hoog. Door kiesrecht toe te kennen zonder nadere voorwaarden een in aantal kleinere kultuur - de nederlandse in België - zich opnieuw afslachten.

Dit kan tot het einde van de Brusselse Vlamingen leiden: in de Brusselse gemeenten is hun stemkracht dan nog goed voor 49 van de 651 zetels. De gordel van Vlaams-Brabant zal dan enkel kunnen beschermd worden door Vlaanderen radikaal van franstalig België af te schermen, m.a.w. onafhankelijk te verklaren. De franstaligen dienen goed te beseffen dat in dat geval België voor de Vlamingen géén enkele reden van bestaan meer heeft, en dat de Vlamingen dat sneller zullen gaan beseffen dan zij denken.

Het is dan ook totaal onverantwoord om de nationaliteitsvereiste voor kiesrechten te schrappen zonder tegelijkertijd:
- waarborgen voor de integriteit van Vlaanderen en de ééntaligheid van het nederlands taalgebied in te bouwen
- alsmede waarborgen voor het effektief tweetalig karakter van Brussel, meer bepaald een gewaarborgde vertegenwoordiging ten belope van 30 % voor de Vlamingen te Brussel op alle bestuurlijke niveau's.

Het is juist dat het hier eigenlijk niet gaat om een nationaliteitsprobleem. Het gaat om een taal- en kultuurprobleem:
Vlaanderen mag niet toelaten dat de Vlaamse bevolking wordt weggedrukt door diegenen die weigeren zich aan te passen aan en eerbied te vertonen voor het nederlandstalige karakter van Vlaanderen (c.q. het tweetalig karakter van Brussel) en de fundamentele demokratische wetten. Dit verhindert niet dat, om nog erger te voorkomen, de schrapping van de nationaliteitsvoor-waarde moet worden gekoppeld aan gerechtvaardigde voorwaarden.

Het Vlaams Parlement heeft o.m. op 30 juni 1994 een motie goedgekeurd met de nadere voorwaarden die dienen te worden gesteld voor kiesrechten in Vlaanderen, zoals verblijfsduur, taalvereiste, en onderworpenheid aan de inkomstenbelasting. De CVP heeft onlangs nog verklaard aan deze voorwaarden vast te houden als een officieel partijstandpunt.

De federale regering trekt zich hier evenwel niets van aan en voert hierin een achterbakse politiek. De poging om deze grondwetsherziening er met de bekende karwats van de eerste minister door te halen wordt gemotiveerd met een verwijzing naar de verplichting voor België om een europese rcihtlijn om te zetten. Deze richtlijn dateert evenwel van 19 december 1994 (twee-en-half jaar geleden) en diende te zijn omgezet voor 1 januari 1996! Als men twee-en-half jaar niets doet, moet men niet afkomen met het argument dat het dringend is.

Bovendien komt de regeringsmeerderheid meerdere beloften niet na. Om de goedkeuring te bekomen van het Verdrag van Maastricht, dat de mogelijkheid heeft geschapen voor zo'n richtlijn, is beloofd dat de gemeentewetgeving zou worden overgeheveld naar de deelstaten, die dan elk voor zich gemeentelijke problemen zouden kunnen regelen. De federale overheid heeft de richtlijn goedgekeurd zonder met de Vlamingen rekening te houden. Na de richtlijn is beloofd om met de deelstaten te overleggen over de wijze van omzetting. Tot voor kort evenwel verklaarde Van de Lanotte nog dat het voorbarig was om de zaak te bespreken, terwijl Dehaene de aandacht afleidde door een diskussie los te weken over het migrantenstemrecht, zodat achter de schermen kan worden gewerkt aan de invoering zonder slag of stoot van het europeanenkiesrecht.

Men moet ook niet komen vertellen dat er in het federale Parlement een Vlaamse meerderheid is, die de konkrete omzettingswet nog zal moeten goedkeuren. De Vlaamse meerderheid is in de hele belgische geschiedenis nog NOOIT gebruikt. Omgekeerd volstaat het dat er één Vlaamse partij meestemt met de franstaligen (U mag raden welke partij ditmaal de eerste zou zijn) om opnieuw voor Vlaanderen rampzalige regels in te voeren (zoals bv. destijds het niet-uitdovend karakter van de faciliteiten).

Wat de grond van de zaak betreft, laat de Richtlijn, anders dan de meerderheid ons probeert te doen geloven, nog vele mogelijkheden open om waarborgen te bieden aan de Vlamingen. Weliswaar mogen er geen bijkomende voorwaarden worden opgelegd die gegrond zijn op de nationa-liteit. Maar niets belet ons om voorwaarden van taalkennis op te leggen, of onderworpen-heid aan de inkomstenbelasting. Dit zijn slechts normale demokratische eisen. Ook een gewaarborgde vertegenwoordiging van 30 % voor de Vlamingen te Brussel is niet in strijd met de richtlijn.

Wij stellen vast dat het in België niet mogelijk is om konsensus te bereiken over de precieze voorwaarden die moeten worden gesteld. En dit is normaal ook: de problemen zijn gehéél verschillend in Wallonië, Vlaanderen, Brussel en Duits-België. Dat Wallonië geen waarborgen nodig heeft, geeft hen niet het recht om Vlaanderen te verbieden zijn integriteit te bewaren: "entre le fort et le faible, c'est la liberté qui opprime et la loi qui libère". Indien de franstaligen in Vlaanderen de elementaire beleefheid zouden hebben om het nederlandstalig karakter van hun gemeente te eerbiedigen en zich daaraan aan te passen, zoals de Vlamingen in Wallonië doen, zou het probleem trouwens nooit zijn gerezen.

De enige oplossing hiervoor bestaat er dan ook in om de beloften die destijds gemaakt zijn uit te voeren en te vervolledigen, namelijk door de gemeentekieswet over te hevelen naar de Gmeenschappen (Vlaamse, Franse, Duitse) (en de gemeentewet naar de gewesten). Dan kan elke Gemeenschap naar eigen vermogen de uiteenlopende problemen oplossen, telkens binnen de grenzen die het europees recht daaraan stelt. En dan kan men na 6 of 12 jaar nog zien of de waarborgen die wij nu voor Vlaanderen eisen, ook op dat ogenblik nog nodig zullen zijn, zonder dat daarover opnieuw de grondwet moet worden gewijzigd of een belgische konsensus moet woden bereikt. Nu al afstand doen van deze waarborgen zoals sommige zich tolerant noemende intellektuelen bepleiten getuig van lichtzinnigheid en onverantwoordelijkheid jegens de gewone Vlaamse burger.

Op europees vlak dient de zaak trouwens opnieuw te worden onderhandeld, aangezien we ons hier weer eens laten rollen hebben (zoals voorheen inzake het taalgebruik op de etiketten, wat intussen dankzij heronderhandeling gelukkig terug is rechtgetrokken). Indien de federale overheid onze belangen in Europa verder zo verwaarloost, dient Vlaanderen erop te staan dat de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling ook door de EU wordt geëerbiedigd en rechtstreeks een stem te hebben in Europa voor alles wat haar bevoegdheden en de beveiliging van haar wezenlijke belangen betreft.

Prof. Matthias E. STORME
Voorzitter Verbond der Vlaamse academici (VVA)

Trends, 26-6-1997

Noot: een motie over het EU-kiesrecht met gelijkaardige bekommernissen werd ingediend door het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen, Algemeen Nederlands Zangverbond, Bond van Grote en Jonge Gezinnen, Davidsfonds, Federatie van Vlaamse Kringen Rodenbachfonds, Federatie van Vlaamse Vrouwengroepen, Ijzerbedevaartkomitee, Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond, Komitee der Randgemeenten, Nationalistisch Verbond Nederlandse Volksbeweging, Van Helmont-gilde, Verbond der Vlaamse Academici, Vlaamse Ingenieurskamer, Vlaams Geneesheren-verbond, Vlaamse Volksbeweging, Vlaams Komitee Brussel, Vlaams Komitee Druivenstreek.