Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen

Thuispagina - Persmededelingen - Leden - Statuten - Historiek - Logo

 

Waarom splitsen?

Vlaamse actiegroepen:

Publicatie: 16 december 2004

Volgens minister van Sociale Zaken Rudy Demotte tonen cijfers aan dat de uitgaven voor gezondheidszorg in Vlaanderen, Brussel en Wallonië in verhouding tot de bevolkingsaantallen staan. Het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) en het Aktiekomitee voor een Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ) betwisten die stelling.

Als minister Demotte beweert dat er geen uitgavenverschillen bestaan tussen Vlaanderen en Wallonië, begaat hij een "dichterlijke overdrijving", zeggen OVV en AK-VSZ. Deze Vlaamse verenigingen bepleiten al jaren de splitsing van het hele gezondheidsbeleid. Ze hebben daar een pak argumenten voor.
In de eerste plaats vinden ze dat beide gemeenschappen het recht hebben eigen klemtonen te leggen in de gezondheidszorg. Vlaanderen legt duidelijk een scherper accent op de preventieve gezondheidszorg dan Wallonië. Dat blijkt uit het bestaan van bepaalde structuren (Vlaamse Gezondheidsraad, Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie) en uit diverse projecten (vaccinatie hepatitis B bij kinderen, inenting meningitis C, borstkankerscreening) waar Vlaanderen meer energie aan besteedt.
Voorts geeft Vlaanderen 8 procent meer uit aan huisartsgeneeskunde dan Wallonië, en omgekeerd geeft Wallonië 14 procent meer uit aan specialistische geneeskunde. Het door de huisarts beheerde "globaal medisch dossier" (GMD) kent een veel groter succes in Vlaanderen dan in Wallonië.


Voorkeursectoren

Volgens een recente studie van de Christelijke Mutualiteiten verschillen de uitgaven voor anesthesie en heelkunde tussen Vlaanderen en Wallonië nauwelijks. Maar Wallonië besteedt wel ten minste 15 procent méér dan Vlaanderen aan medische beeldvorming, urgentiehonoraria, inwendige geneeskunde, klinische biologie en verlossingen. Vlaanderen besteedt dan weer ten minste 15 procent méér dan Wallonië aan thuisverpleging en aan verpleegdagen in psychiatrische verzorgingstehuizen. Dat wijst volgens OVV en AK-VSZ op een verschil in de voorkeursectoren.
Nog andere verschillen zijn de grotere Vlaamse voorkeur voor daghospitalisaties, het hogere antibiotica-gebruik in Wallonië en de hogere Waalse pre-operatieve uitgaven bij verscheidene heelkundige ingrepen.
Bovendien telt Wallonië 14 procent méér artsen dan Vlaanderen.
Een andere groep argumenten heeft volgens beide organisaties alles te maken met doeltreffendheid. De huidige gescheiden aanpak van preventief beleid (een bevoegdheid van de gemeenschappen) en curatief beleid (een bevoegdheid van de federale overheid) mist niet alleen principiële logica, maar leidt ook tot onsamenhangende visie en werking en tot onevenwichtige financiering. De overvloed aan overheden voor de gezondheidszorg is totaal inefficiënt. "Het is zelfs lachwekkend dat negen ministeriële instanties in België te maken hebben met gezondheidsbeleid, waar één per gemeenschap zou volstaan", menen OVV en AK-VSZ.


Verantwoordelijkheid

Verwijzend naar de transfers in de ziekteverzekering voeren OVV en AK-VSZ aan dat de splitsing van het hele gezondheidsbeleid de gemeenschappen zal responsabiliseren en aansporen tot een zo spaarzaam en rationeel mogelijk beleid. Het is bekend dat de uitgaven bedachtzamer gebeuren als er financiële verantwoordelijkheid wordt toegekend voor de besteding van een bepaald budget. De beste financiële regeling bestaat erin dat de gemeenschappen zélf instaan voor de verwerving van de middelen.
Over een doorzichtig financieel solidariteitsplan met Wallonië kan worden onderhandeld. Daaraan moeten voorwaarden worden verbonden. Het plan moet afnemen in de tijd. En het moet een resultaatsverbintenis bevatten (zoals toenemende inspanningen voor preventief beleid). De derde voorwaarde is de politieke loyaliteit tegenover Vlaanderen.
Om de noodzakelijke overheveling van de gezondheidszorg naar de gemeenschappen te verwezenlijken, pleiten OVV en AK-VSZ voor een stevig Vlaams front.

Dirk CASTREL
Gazet van Antwerpen, 15 december 2004