Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen

Thuispagina - Persmededelingen - Leden - Statuten - Historiek - Logo

 

31 juli 1921 en 28 juni 1932

Sint-Stevens-Woluwe: een unicum in de Belgische geschiedenis

Publicatie: 2 augustus 2007

Johan Slembrouck

Sint-Stevens-Woluwe, vandaag deelgemeente van Zaventem, is tot op vandaag een unicum in de Belgische geschiedenis. Het is de enige gemeente die deel heeft uitgemaakt van de agglomeratie Brussel en er later weer werd uit verwijderd. Meer over dit merwaardig feit in het volgend artikel over de wetten in verband met het taalgebruik.

Taalwet van 22 mei 1878.

De bestuurstaalwet van 1878 (wet De Laet) liet de gemeente- en provinciebesturen volledig vrij, zowel in de keuze van hun interne diensttaal als in de keuze van de taal van hun betrekkingen met het publiek. In 1900 overheerste het Frans nog steeds in de grote Vlaamse steden, in de taalgrensstreek en rond Brussel.

Tussen 31 oktober 1836 en 17 September 1880 werden alle procesverbalen van de gemeenteraad en schepencollege in Sint-Stevens-Woluwe in het Frans opgesteld. Na de wet De Laet wordt stilaan het Nederlands de gebruikelijke bestuurstaal. Het taalgebruik van de gemeentediensten varieerde en was vooral afhankelijk van de personen of diensten waarmede men ambtshalve te maken had. Het laatste proces-verbaal van een gemeenteraadszitting gedeeltelijk in het Frans gesteld dateert van 1 april 1921.

Taalwet van 31 juli 1921.

De bestuurstaalwet van 31 juli 1921 beoogde in de eerste plaats een regeling voor de ondergeschikte besturen. Het basisprincipe van de wet hield in dat de streektaal de bestuurstaal was. Ondergeschikte besturen moesten in de Vlaamse provincies en arrondissementen het Nederlands gebruiken als interne diensttaal en in hun correspondentie met hogere instanties. Er waren echter allerlei uitzonderingen voorzien op het principe van de Nederlandstalige eentaligheid van Vlaanderen. Er waren zoveel achterpoortjes aangebracht, de voorziene sancties bij overtreding zo ontoereikend, dat de wet al te dikwijls niet werd toegepast. In Vlaanderen kon een gemeente- of provincieraad bij gewone meerderheid zelfs beslissen het Frans als tweede diensttaal in te voeren.

Voor de Brusselse agglomeratie en de provincie Brabant werd door Artikel 2 van de wet een aparte regeling getroffen. Vooreerst werden de Vlaamse gemeenten Haren, Laken en Neder-over-Heembeek bij de stad Brussel gevoegd. Daarenboven werd de Brusselse agglomeratie uitgebreid met nog twee Vlaamse gemeenten: Sint-Pieters-Woluwe en Sint-Stevens-Woluwe, wat het aantal gemeenten in de agglomeratie op 17(1) bracht. Ook werd bepaald dat op basis van volkstellingen nog meer Vlaamse gemeenten zouden kunnen volgen en de Brusselse "olievlek"(2) zich dus verder zou kunnen uitbreiden. De gemeenten van de Brusselse agglomeratie en het provinciebestuur van Brabant mochten de interne diensttaal vrij kiezen, zodat dit op n enkele uitzondering(3) na het Frans was. Zij mochten zelfs vrij beslissen over het taalgebruik in hun externe betrekkingen en dus over hoe welwillend ze zouden zijn tegenover Nederlandstaligen!

Taalwet van 28 juni 1932.

Op 28 juni 1932 wordt de taalwet op het bestuur van 31 juli 1921 vervangen. Al de bestuursorganen, afhankelijk van de centrale overheid, van de provincies en van de gemeenten, moeten in de vier Vlaamse provincies en in de arrondissementen Leuven en Brussel (met uitzondering van de Brusselse agglomeratie) gebruik maken van het Nederlands, in de vier Waalse provincies en het arrondissement Nijvel van het Frans.
De interne diensten van de gemeenten werden eentalig zonder nog de mogelijkheid van toevoeging van een tweede taal. Tegelijkertijd echter bepaalde de wet dat de gemeenten aan de taalgrens van taalstatuut konden veranderen naargelang de uitslag van de tienjaarlijkse talentelling. Van zodra uit de tienjaarlijkse talentelling bleek dat 30 % van de bevolking een andere taal sprak dan die van de meerderheid, moesten alle overheidsadministraties de uitwendige tweetaligheid in acht nemen en moest er werk gemaakt worden van een taalgescheiden schoolnet. Wanneer er een anderstalige meerderheid ontstond, dan veranderde de bestuurstaal.

De taalwet van 28 juni 1932 had ook een speciale betekenis voor Sint-Stevens-Woluwe. De gemeente, die toen geen 30% Franssprekenden telde, werd bij wet losgemaakt van de Brusselse agglomeratie en overgeheveld naar het Vlaamse taalgebied. (29/6/1932).
Het heeft echter heel wat moeite gekost. Zowel in het regeringsontwerp als in de door de Kamercommissie aangenomen tekst kwam Sint-Stevens-Woluwe nog voor in de Brusselse agglomeratie. Volksvertegenwoordiger F. Gelders diende een amendement in om Sint- Stevens-Woluwe op de lijst te schrappen. Verslaggever F. Van Cauwelaert gaf toe dat de gemeente niet als tweetalig kon beschouwd worden, dat zij ondanks de wet van 1921 haar eentalig Nederlands karakter had behouden. F. Gelders voerde aan: "En enkele gemeenteraad heeft in dit geval een besluit genomen, het is de gemeenteraad van Sint-Stevens-Woluwe; hij heeft protest(4) (25/01/1932) aangetekend tegen de inlijving tot de Brusselse agglomeratie".

Voortaan behoort Sint-Stevens-Woluwe tot het Vlaamse taalgebied. Na de tweede wereldoorlog werden nog talrijke pogingen ondernomen om het taalstatuut te veranderen, zelfs vandaag is er weer sprake om het taalstatuut van de gemeente te veranderen, gelukkig kon Sint-Stevens-Woluwe tot nu ontsnappen aan de Brusselse expansie.


  1. De 17 gemeenten van de Brusselse agglomeratie waren voortaan: Brussel (+ Haren, Laken, Neder-over-Heembeek), Anderlecht, Oudergem, Etterbeek, Vorst, Elsene, Sint- Pieters-Jette, Koekelberg, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node, Schaarbeek, Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Woluwe en Sint-Stevens-Woluwe.
  2. In 1954 werden Evere, Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem ingelijfd bij Brussel.
  3. Buiten Sint-Stevens-Woluwe kozen al de andere gemeenten van de Brusselse agglomeratie het Frans als inwendige bestuurstaal.
  4. Motie van de gemeenteraad van SINT-STEVENS-WOLUWE betreffende de taalregeling in bestuurszaken. (proces-verbaal van de gemeenteraad van 25 januari 1932)

    De gemeenteraad...
    Gezien artikel 2, alinea 5 van het wetsvoorstel betreffende de taalregeling in bestuurszaken waarbij de gemeente Sint-Stevens-Woluwe de tweetaligheid wordt opgelegd;
    • overwegende dat onze gemeente schier uitsluitend vlaamsch is,dat hoogstens 2 % der inwoners vlaamsch-onkundig zijn;
    • overwegende dat de tusschen de hoofdstad en Sint-Stevens-Woluwe gelegen gemeente Evere, niettegenstaande zij een veel hoger procent vlaams-onkundigen telt, bij het vlaamsche land blijft ingedeeld;
    • overwegende dat in 1921, zoomin als thans, geen enkele gewettigde aanleiding bestond om onze gemeente haar totaal vlaamsch karakter te ontnemen;
    Besluit bij eenparigheid van stemmen van al de aanwezige leden:
    • zich met beslistheid te verzetten tegen alle pogingen om onze gemeente los te rukken van de taalstreek waarbij zij, wegens hare ligging en de taal haar inwoners behoort;
    • aan de hogere overheid en aan de wetgevende Kamers kennis te geven van de noodzakelijkheid Sint-Stevens-Woluwe te schrappen van de lijst der gemeenten van de Brusselse agglomeratie...

    Bronnen:

    Politieke geschiedenis van Belgi door Th. Luyckx en M. Platel
    Sint Stevens Woluwe, aspecten uit het verleden en heden door D. Hoflack
    Encyclopedie van de Vlaamse beweging.
    Kamer van Volksvertegenwoordigers.
    Prent: het wapenschild van Sint-Stevens-Woluwe (K.B. van 4 januari 1940)