Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen

Thuispagina - Persmededelingen - Leden - Statuten - Historiek - Logo

 

Minderhedenverdrag: doos van Pandora

Louis Michel tekent stiekem het raamverdrag over de bescherming van de nationale (?) minderheden

Publicatie: 27 september 2001

Het Europese raamverdrag over de bescherming van de nationale minderheden is, sinds de laatste stap in de staatshervorming, voorwerp van discussie. Om de PSC over de streep te trekken gingen de federale regering en de gemeenschapsregeringen akkoord met een ondertekening onder voorbehoud. Bepaalde partijen gingen daarmee lijnrecht in tegen hun eigen standpunt in het recente verleden.

Of ook de Brusselse regering zijn noodzakelijke fiat heeft gegeven blijft tot op vandaag onduidelijk. Minister Jos Chabert heeft immers formeel bezwaar aangetekend tegen de notulering van de beslissing, zodat niet voldaan wordt aan de vereiste consensus. Dat heeft vice-premier Louis Michel er evenwel niet van weerhouden om het raamverdrag op 31 juli 2001 discreet te ondertekenen in Straatsburg. Het voorbehoud bestaat erin dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de grondwet en de taalwetgeving en dat het begrip "nationale minderheid" zal worden gedefinieerd door de interministeriële conferentie voor buitenlands beleid, die dit op 4 oktober 2001 voor het eerst bespreekt.

Precies één week voor de vergadering van de interministeriële conferentie en één dag voordat de regeringen hun standpunt bepalen, achten wij het goede tijdstip om onze bedenkingen te plaatsen bij de ratificatie van het minderhedenverdrag.

Het minderhedenverdrag is er gekomen op initiatief van de Raad van Europa, enkele jaren na de val van de Berlijnse muur. Omdat een aantal staten uiteen vielen, waardoor burgers van de ene dag op de andere een andere nationaliteit kregen, dreigden de nationale spanningen in Oost- en Centraal-Europa op te laaien. Bij de totstandkoming van het raamverdrag werd dus niet in de eerste plaats aan pluri-etnische of meertalige staten gedacht. De pacificatie in het Europa na de koude oorlog en de communautaire evenwichten in België zijn twee totaal verschillende zaken.

Gezien het evolutief karakter van de rechtspraak en van de staatshervorming in ons land is het niet uitgesloten dat ook de Franstaligen in de Vlaanderen, eventueel op termijn, als een "nationale minderheid" kunnen worden beschouwd. Indien ons land zich laat inspireren door de definitie van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa is dat alvast het geval.
Lili Nabohlz-Heidegger, de gezant van de Raad van Europa, heeft bij haar laatste officieel bezoek aan ons land alvast in die zin opgeroepen om het raamverdrag zo spoedig mogelijk te ratificeren. Overigens kunnen ook migranten onder bepaalde voorwaarden als nationale minderheden worden beschouwd.

Wat zijn de gevolgen van de ratificatie van het raamverdrag? Een deel van de rechtspraak en de rechtsleer is geneigd om elke rechtstreekse werking van het raamverdrag te ontkennen. Een ander deel is van mening dat sommige bepalingen voldoende duidelijk en volledig zijn en dus wel rechtstreekse werking hebben in onze rechtsorde. Dit betekent dat onderdanen ze zonder verdere wetgeving of administratieve handeling voor de nationale en wellicht ook Europese rechter kunnen afdwingen.

De in het raamverdrag bepaalde rechten gaan ook verder dan de grondwet en taalwetgeving, die voorwerp uitmaken van het voorbehoud van ons land. De rechten hebben ook betrekking op cultuur, onderwijs, inburgering, huisvesting, straatbeeld en media. Op al deze terreinen zal, voor zover er geen is van rechtstreekse werking, de wetgeving moeten worden aangepast. Het lijkt, ondanks het voorbehoud, ook uitgesloten dat bijvoorbeeld de faciliteiten ooit nog zullen kunnen worden ingeperkt na ratificatie. Tenslotte is het niet onbelangrijk dat de rechten niet noodzakelijk beperkt blijven tot de faciliteitengemeenten.

Het is duidelijk dat de ratificatie van het raamverdrag niet ongevaarlijk is. Daarom roepen wij op tot grote voorzichtigheid bij de definitie van het begrip "nationale minderheid". In geen geval, nu niet en ook niet in een volgende legislatuur, mogen het Vlaams Parlement of de Brussels Parlement met het raamverdrag instemmen zonder het juridisch sluitend voorbehoud dat er in Vlaanderen geen nationale minderheid is. Specifiek wat Brussel betreft kan niet worden aanvaard dat de meerderheid het gecontesteerde systeem om de blokkering van de Brusselse instellingen door extreem-rechts te vermijden, ingevoerd met de recente staatshervorming, misbruikt om met het raamverdrag in te stemmen zonder een meerderheid in de Nederlandse taalgroep. Een dergelijke aanslag op de democratie moet ten allen prijze worden verijdeld, desnoods door het vertrouwen in de meerderheid op te zeggen.

Brussel, 27 september 2001.

Freek Couttenier
David Vits

(De auteurs, beiden jonge Brusselse Vlamingen, zijn wetenschappelijke medewerkers van respectievelijk de CD&V-senaatsfractie en de VU-kamerfractie. Ze schreven hun bijdrage in eigen naam.)