|
Overlegcentrum van Vlaamse VerenigingenThuispagina - Persmededelingen - Leden - Statuten - Historiek - Logo |
Het evangelie volgens DemotteCathy Berx reageert in De Tijd op de onterechte beschuldigingen van de ministerPublicatie: 5 december 2004Willen de Vlaamse ziekenhuizen en politici "de Walen" het recht op (goede) gezondheidszorg ontzeggen? Sturen Vlaamse politici aan op het failliet van de ziekenhuizen en de zorginstellingen in Franstalig België? Verwerpen ze elke solidariteit met Waalse zieken? Weigeren ze elke constructieve dialoog over de rationele besteding van de overheidsmiddelen voor gezondheidszorg? Als we minister Demotte mogen geloven, is dat zo, stelt CATHY BERX vast. Volgens de minister van Sociale Zaken, Rudy Demotte (PS), nemen de Vlaamse ziekenhuizen hun verantwoordelijkheid niet op. Ze gedragen zich niet constructief en wentelen alle verantwoordelijkheid af op het "Zuiden". De minister ging nog een stap verder. De Vlaamse ziekenhuizen mogen ook niet te fel op de borst slaan, nu ook in Vlaanderen gevallen van overconsumptie bestaan. Om dat te staven wees de minister naar het Dodoensziekenhuis. Hij vergeet er wel aan toe te voegen dat het niet over een reële overconsumptie gaat. Er was in dat ziekenhuis inderdaad een onaanvaardbaar, maar nooit geïmplementeerd voornemen om de omzet fors te verhogen. Bovendien scoorde het Dodoensziekenhuis voor 2002 met een index van 108 voor de totaliteit van de patiënten en van slechts 93 voor het aantal testen per patiënt fors beter dan het slechtst scorende Waalse ziekenhuis met indexen van respectievelijk 173 en 127. Is de eis tot integrale splitsing van de gezondheidszorg een nieuwe eis, een deus ex machina, een alibi om geen inspanningen te moeten doen in Vlaanderen voor de gezondmaking van het budget en is het enkel ingegeven door louter financiële overwegingen? De voorstellen tot splitsing van de gezondheidszorg zijn verre van nieuw. In de jaren 90 werden nogal wat studies en studiedagen gewijd aan de splitsing van de gezondheidszorg en de ziekteverzekering. De argumenten pro splitsing waren/zijn eerder inhoudelijk dan financieel: · gezondheidszorg is een persoonsgebonden aangelegenheid par excellence; · er is een samenhang tussen preventieve en curatieve gezondheidszorg: het is evident dat wie een goed preventief beleid voert er ook de vruchten van moet kunnen plukken door lagere kosten voor de curatieve zorg (homogeen bevoegdheidspakket); · de verschillen in medische cultuur en beleidspreferenties tussen Vlaanderen en Wallonië; · de correcte toepassing van het subsidiariteitsbeginsel (besluitvorming moet liggen op het laagst mogelijke niveau, waar nog een aanvaardbare kwaliteitsgarantie bestaat). Elke studie eindigde steevast met een rechtsvergelijkend deel, waaruit blijkt dat het integrale gezondheidsbeleid in de meeste federale staten een zaak is van de deelstaten of regio's. Beweren dat financiële overwegingen volledig afwezig waren/zijn in het debat is vals. Ook daar is de lijn duidelijk: voor de zogenaamde transfers verklaarbaar zijn door de verschillen in beleidspreferenties en medische cultuur, moet de volledige financiële verantwoordelijkheid (minstens op termijn) bij de deelstaten rusten. Voor objectiveerbare en verklaarbare verschillen (groter aandeel mensen met een vervangingsinkomen) blijft de bereidheid tot solidariteit onaangetast. Al dat studiewerk van de voorbije jaren werd ook politiek vertaald en mondde uit in de zogenaamde resoluties van het Vlaams Parlement over onder meer de splitsing van de gezondheidszorg. De eisen van het VAZO (Vlaams algemeen ziekenhuisoverleg) komen niet uit het niets. Ze zijn doorleefd en gedragen. Minister Demotte kiest andermaal in hoofdzaak voor lineaire besparingen die iedereen op gelijke wijze treffen en dus de meest zuinige, efficiëntst werkende (overwegend) Vlaamse ziekenhuizen het meest. Met deze keuze heeft hij het debat over de splitsing verscherpt. Een radicale en consequente keuze voor een correct gebruik van 'richtlijnen voor een goede medische praktijk' kan het debat een andere wending geven. De realisatie van een echt alternatief financieringssysteem voor de ziekenhuizen is een noodzaak. Er moet daarbij voldoende financieringsmiddelen zijn (standaardprijs, op basis van de standaardkostprijs voor standaardzorg). Financiële overschotten moeten in de instelling blijven en tekorten moeten zelf worden gefinancierd. All-in of pathologiefinanciering geniet de voorkeur: de financiering van een ziekenhuis moet gebeuren op basis van de activiteitengroepen. Zo'n groep hangt samen met een bepaalde diagnose (hartinfarct, bevalling) en omvat alle deeltakken (zoals operaties, consultaties, bloedtesten en maaltijden) die mogelijk zijn. De mogelijkheid tot overproductie is veel beperkter voor 'activiteitengroepen', dan van akten en prestaties. Het aantal bloedafnames, scans, enzovoort kan men manipuleren, het aantal heupfracturen en bevallingen niet.
Is Brussel een onoverkomelijk struikelblok voor een defederalisering van de gezondheidszorg? Een splitsing zou niet mogelijk zijn wegens Brussel. In tegenstelling tot de eerste debatten, beschikken we over een mooie waaier - door het Arbitragehof aanvaarde - precedenten, waaruit blijkt dat een pragmatische oplossing voor de Brusselse Vlamingen (en alle andere Brusselaars die zich willen ressorteren onder de Vlaamse regels voor gezondsheidszorg) perfect mogelijk is. Zowel voor de zorgverzekering als voor de verplichte inburgering geldt het principe van de vrije keuze voor wie in Brussel woont. Wat kan voor de vrije keuze van een ziekenfonds, kan net zo goed voor de keuze tussen aansluiting bij de Vlaamse dan wel de Franstalige gezondheidszorg of ziekteverzekering. Weliswaar moeten nog wel een aantal samenwerkingsakkoorden worden gesloten, maar dat is technische uitwerking, waarvoor we voor een stuk kunnen terugvallen op Europese regels voor vrij verkeer van patiënten en zorgverstrekkers. Laten we het draagvlak voor een verstandige, desgevallend stapsgewijze splitsing van de gezondheidszorg versterken. Niet uit welke egoïstische reflex dan ook, maar wegens een beter bestuur, een goede gezondheidszorg en een coherent gezondheids(zorg)beleid, die beter aansluit bij de verschillende verwachtingen van Vlamingen en Walen. Een dergelijk standpunt kan en mag ons geen complexen of slecht gevoel bezorgen. De auteur is Vlaams Volksvertegenwoordiger en ondervoorzitter CD&V 25/11/2004
|
Overlegcentrum van Vlaamse verenigingenThuispagina - Persmededelingen - Leden - Statuten - Historiek - Logo |